
Sommige mensen interesseert het geen biet hoe een tekst tot stand gekomen is, mij wel. Ook al schreef ik laatst dat ik me niet meer over AI zou drukmaken, doe ik het toch nog maar eens. Ik merk dat ik pal voor mijn vak wil staan. Schrijven is nu eenmaal niet iets wat iedere joker kan.
Ik hoor regelmatig: AI zal zo goed worden dat je niet meer ziet dat de tekst niet door een mens is geschreven. Vast. Maar ik kan daar niet mee wegkomen als ik een rammelende roman publiceer: ‘Beste mensen, over een jaar kom ik met een roman die niet rammelt! Echt! Koop deze nu maar vast! Je zult zien! Ik zweer het!’
Laten we eens kijken wat AI nu oplevert: een twee weken geleden bij een heuse uitgeverij verschenen novelle, waarvan de auteur vermoedelijk anoniem wenst te blijven en ik de titel niet zal noemen.
Er zijn mensen die zich afvragen hoe betrouwbaar Pangram is als het gaat om het detecteren van met behulp van een chatbot geschreven verhalen en essays. Pangram is zelf namelijk ook een AI-instrument. Ik neem aan dat Pangram vooral patronen herkent in teksten. Iedereen spreekt nu over de ‘drieslag’ die kenmerkend zou zijn voor AI, maar de tweeslag kan er ook wat van.
In deze novelle kwam ik tegen: de penveren die stug en afgebroken aanvoelden, de lucht in de kamer voelde klam en zwaar, de geur van gebraden vlees en te sterk parfum, het proefde naar bevroren staal en geplette bosbessen, ze rook naar de koude buitenlucht en naar haar gebruikelijke parfum, het rook ook naar vochtige aarde en gemaaid gras, het rook naar gedroogd gras en kaneel, het rook naar muffe bloemkool en goedkope tabak, het proefde naar vers gemaaid gras en de koele smaak van regenwater op een steen, de voetstappen waren zwaar en traag, zijn stem klonk schor en rook naar oude koffie en sigaretten, het rook naar natte as en oude kranten.
Dit is lang niet alles, het blijft maar doorgaan. Er is daarnaast een variant waarin het eveneens in tweeën gaat, maar dan gescheiden door een komma (ik zet er even een streepje tussen): een scherp, wit licht — een dof, ver weg gelegen getik — een zachte, oranje gloed — een zacht, klokkend geluid — een stekend, paarsachtig ongemak — een koude, tochtige leegte — een koude, ingehouden woede — een scherpe, bloedrode flits — een korte, droge knak — een rauw, lelijk geluid — een droog, betekenisloos geluid.
Deze voorbeelden staan allemaal vlak bij elkaar in het boek, soms in dezelfde of opeenvolgende zinnen. Ik ben ze tijdens het lezen van het ebook gaan markeren vanaf het moment dat ze me opvielen, ik was er niet naar op zoek. Noem het mijn innerlijke Pangram.
Ik kan bovendien iets wat Pangram niet kan: lezen met het oog van een schrijver. In een vorig stuk raadde ik aspirant-schrijvers aan om veel te lezen. Het is duidelijk dat de schrijver van al bovenstaande stijlbloempjes dat niet heeft gedaan, anders zou het hem toch ook moeten opvallen dat hij reeksen nietszeggende tweeslagen noteert? Ik vermoed dat deze vreemde, opvallende manier van schrijven de uitkomst is van een prompt waarin om een ‘literaire stijl’ werd gevraagd.
Deze novelle is een merkwaardig ding. Ik ben geen liefhebber van science fiction, dat moet ik erbij zeggen. Ik begrijp meestal niet wat het probleem is. Hier is dat ook lastig, maar dat ligt dus aan mij. Ik meen dat dit verhaal zich afspeelt in een wereld waarin mensen alles waarnemen als grijs en alleen kleur gaan zien als ze werkelijk iets voor een ander gaan betekenen, als ze met zo iemand een diepe verbondenheid voelen.
Als de hoofdpersoon een arts bezoekt (‘De kamer rook naar ontsmettingsmiddel en latex.’), legt die het uit: ‘De wetenschap is er nog niet helemaal uit, maar we weten dat de ontmoeting met een zielsverwant chemische processen in de hersenen activeert.’
Die hoofdpersoon heet Chris en hij heeft een visuele beperking. Hij ziet dus zelfs geen grijs. Er is af en toe sprake van een ‘ze’ (meervoud), blijkbaar een kracht of een autoriteit die ervoor zorgt dat de mensen geen kleur meer zien. ‘De hele wereld zegt dat de kleur pas komt als je je aan iemand vastklampt,’ legt Chris aan Miro uit. Miro is de ara die hij om onduidelijke redenen redt uit het dierenasiel.
Chris begint visuele sensaties te ervaren bij waarnemingen met zijn andere zintuigen. Het gaat er bij deze synesthesieën net zo kleurrijk aan toe als in ‘Voyelles’ van Rimbaud, maar op de een of andere manier raakt het niet, door de voortdurende hysterische overdrijving en de onbeholpen formuleringen (let op de werkwoordsvorm ‘was’ en op het feit dat elke zin met het onderwerp begint):
De schreeuw was geen geluid meer. Het was een explosie achter zijn oogleden. Een felle, zigzagvormige flits schoot door de duisternis, zo helder dat hij onwillekeurig wegdook. Het was felgeel, sissend als brandend magnesium.
De geur werd manisch, een overweldigende symfonie van zeezout en mosterd die hem deed wankelen.
De tweeslag (‘zeezout en mosterd’) heft zichzelf eerder op dan dat de ene term de andere versterkt.
Het boek begint met Chris die wakker wordt. Ik heb tien jaar ingezonden manuscripten voor uitgeverijen beoordeeld en zeker de helft van de romans die ik las, begon met een wekker die afloopt. Er zijn ook meesterwerken die zo beginnen, maar juist daarom is het zaak om daarna de zwakke opening goed te maken. Als ik dit boek in mijn tijd als lector had moeten lezen, zou ik het misschien tot het einde van de bladzijde hebben volgehouden, maar ik denk dat niet eens. Nu heb ik het braaf tot het einde gelezen, waar in het colofon staat:
© 2026 [auteursnaam]. Alle rechten voorbehouden. Dit werk mag niet gebruikt worden voor trainen AI.
Dat beloof ik! Hierboven heb ik wat patronen laten zien waarvoor je niet eens een goede lezer hoeft te zijn om ze te herkennen. Nu zal ik proberen aan te tonen dat dit een slechte novelle is. Chris wordt dus wakker en dan meteen is er al iets waarvan ik denk: dit klopt net niet.
Hij gooide de lakens opzij. Het katoen was koel en een beetje stug door het wasmiddel.
Natuurlijk herkennen we de tweeslag (‘koel en een beetje stug’) en denken we: misschien moet Chris wasverzachter gebruiken, maar wat vooral opvalt is dat hij de lakens opzij gooit en vervolgens de stof wordt beschreven. Voor mijn gevoel is dat verkeerd om. Hij ligt er juist niet meer onder, dus de ervaring van koelte en stugheid heeft hij niet langer. Typisch een dingetje waarvan ik denk: er wordt een materiaal genoemd en nu moet dat worden beschreven. De logische volgorde voor een methodische denker, maar een romancier moet de ervaring van personages overbrengen en die begint bij het gevoel van onder de lakens te liggen. Een goede schrijver zou het materiaal beschrijven terwijl het personage er nog onder ligt. Het is een kleinigheid, maar toch. We hebben het over de openingsscène van een boek. Halverwege het verhaal blijken we ons bovendien in oktober te bevinden en het lijkt me dat deze scène zich ook in het najaar afspeelt. Een laken is dan een beetje te koud om onder te slapen. Waarom niet gewoon: dekbed? Dat kan dun of dik zijn.
We gaan verder, Chris is opgestaan en heeft de keuken bereikt:
In de keuken klikte hij de radio aan.
‘…en na zeven jaar in grijs te hebben geleefd, keek ze hem aan,’ vertelde een stem met een snik in de keel. ‘De wereld ontplofte. Ze beschrijft het gras als iets dat “groen” heet. De liefde heeft haar eindelijk bevrijd van de grauwheid.’
Chris draaide de knop resoluut om. De stilte die volgde was dik en zwaar.
Hij pakte een mok uit het kastje. Zijn vingers herkenden de barst in het oortje. Hij zette de mok onder de automaat en hoorde het sissen van de stoom. Hij stak zijn wijsvinger een klein stukje over de rand van de beker. Toen de warme vloeistof de top van zijn nagel raakte, haalde hij hem weg.
De telefoon op het aanrecht trilde. Hij nam op.
‘Chris? Heb je het gehoord?’ Het was Lena. Haar ademhaling was gejaagd. ‘Dat meisje op de radio. Ze is pas twintig. Ze zag het gras, Chris. Kun je het je voorstellen?’
Er zijn wat vreemde zaken (naast de tweeslag ‘dik en zwaar’): ‘Toen de warme vloeistof de top van zijn nagel raakte, haalde hij hem weg.’ Hij haalt dus de top van zijn nagel weg? Vrijwel elke zin begint met het onderwerp. En dan die ‘automaat’ waar blijkbaar koffie uit komt, waarom wordt het woord ‘koffie’ hier nergens gebruikt en waarom wordt dat ding geen koffiezetapparaat of espressomachine genoemd? Waarom sist het? Koffie moet je juist zetten van water dat niet kookt. Is die ‘automaat’ automatisch melk aan het schuimen? Maar dat sissen hoor je toch alleen als je een stoompijpje hebt en handmatig met een kannetje schuimt? In automatische machines wordt de melk pruttelend toegevoegd. Denkt hier iets of iemand soms in schema’s van begrippen die vaak bij elkaar voorkomen: koffie, automaat, sissend stoom, dat hoort bij elkaar?
Iets anders is de feel van deze passage. Ik citeer nog een keer een deel:
Chris draaide de knop resoluut om. De stilte die volgde was dik en zwaar.
Hij pakte een mok uit het kastje. Zijn vingers herkenden de barst in het oortje. Hij zette de mok onder de automaat en hoorde het sissen van de stoom. Hij stak zijn wijsvinger een klein stukje over de rand van de beker. Toen de warme vloeistof de top van zijn nagel raakte, haalde hij hem weg.
De telefoon op het aanrecht trilde. Hij nam op.
‘Chris? Heb je het gehoord?’ Het was Lena. Haar ademhaling was gejaagd. ‘Dat meisje op de radio. Ze is pas twintig. Ze zag het gras, Chris. Kun je het je voorstellen?’
Die laatste zin hoor ik een mens niet snel zonder stotteren uitspreken, zeker niet met een gejaagde ademhaling: ‘Kun je het je voorstellen?’ Ironisch zou zijn als Lena tegen de blinde Chris zei: ‘Zie je het voor je?’ Dan zou hij meteen al geërgerd kunnen reageren op die woordkeus. Maar nu staat er dus ‘Kun je het je voorstellen?’ Dat lijkt op het Engelse: ‘Can you imagine?’ En deze hele passage heeft een vibe van Engelsheid.
Zo klinkt hetzelfde stukje door Google Translate vertaald (ik heb hier zelf niets aan veranderd):
Chris turned the knob firmly. The silence that followed was thick and heavy.
He took a mug from the cupboard. His fingers recognized the crack in the handle. He placed the mug under the machine and heard the hissing of steam. He extended his index finger slightly over the rim of the cup. As the warm liquid touched the tip of his fingernail, he pulled it away.
The phone on the counter vibrated. He answered.
‘Chris? Did you hear it?’ It was Lena. Her breathing was rapid. ‘That girl on the radio. She’s only twenty. She saw the grass, Chris. Can you imagine?’
Grammaticaal verandert er alleen het hoogstnodige, maar verder kun je die stukken op elkaar leggen en dan staan de meeste woorden op precies dezelfde plek, inclusief ‘was’.
Is dat altijd zo als je een Nederlandse tekst door Google in het Engels laat vertalen? Nooit bij stilgestaan. We nemen de proef op de som met een alinea van yours truly:
Konijnenlevertjes, Annemarie slaat ze zelf liever over, maar de jongens zijn er dol op en hun vader ook en dus bakt ze de bloederige flapjes met zoveel liefde als ze kan opbrengen, eigenlijk doet ze elke dag alleen voor Ernst haar best. Hij is veel te mager en hij moet goed eten. Ze legt de schoongemaakte levertjes klaar op een plank. Brood heeft ze vanmiddag al gebakken, het hele huis geurde ernaar. Ze vindt het gezellig ruiken, maar niemand maakt er ooit een opmerking over. Nooit hoort ze: ‘Wat heb je lekker gekookt, Annemarie.’ Of: ‘Wat fijn dat het vuur in de haard al brandt als wij ’s ochtends beneden komen.’ Geen woord over de fris geurende was, waaruit ze de hardnekkige vlekken met tot bloedens toe boenen heeft weten te verwijderen.
Nu het Engels van Google Translate (ik heb er weer niets aan veranderd):
Rabbit livers—Annemarie herself would rather skip them, but the boys love them, as does their father, so she fries up the bloody little morsels with as much love as she can muster. In truth, every single day, it is only for Ernst that she truly exerts herself. He is far too thin and needs to eat well. She lays the cleaned livers out on a board. She baked bread this afternoon; the whole house was filled with its aroma. She finds the scent lovely, yet no one ever remarks upon it. She never hears, ‘What a delicious meal you’ve cooked, Annemarie,’ or, ‘How wonderful that the fire is already lit in the hearth when we come downstairs in the morning.’ Not a word is said about the fresh-smelling laundry—from which she managed to scrub away stubborn stains, even until her own hands bled.
Dat ziet er toch heel anders uit. In het Engels worden komma’s in gedachtestreepjes (zonder spaties) en puntkomma’s veranderd en een lange zin in het begin wordt in tweeën gehakt. De structuur van zinnen wordt veranderd, neem die over het brood. De laatste zin springt eruit doordat het korte ‘Geen woord’ wordt uitgebreid tot ‘Not a word is said’, terwijl de rest van de zin na het gedachtestreepje een grammaticale metamorfose ondergaat.
Ik weet niet wat dit zegt, maar het zou kunnen dat de auteur van die novelle veel Engelse teksten leest en dat die korte, Engelsachtige zinnen in zijn systeem zitten, maar ik denk dat er een andere oorzaak is. Ik zeg er even bij dat ik niets van AI weet, dus misschien praat ik onzin. Chatbots zijn er verbazingwekkend goed in om juiste Nederlandse zinnen te produceren, maar tegelijk vermoed ik dat de meeste tekst die chatbots lezen en produceren in het Engels is gesteld en zou het niet kunnen dat kenmerken van het Engels zo in het Nederlands sluipen dat ze produceren? En dat daardoor gegenereerde Nederlandse teksten vaak aanvoelen als vertaald?
We gaan voort met het grote fragment hierboven. De radio die wordt aangeklikt en uitgedraaid is gek, maar een kleinigheid. Gekker is dat op de radio iemand te horen is die niet in de eerste persoon verslag doet van eigen ervaringen, maar die over de gevoelens van een derde spreekt en daardoor geraakt wordt. Het is ‘een stem’ en nog wel ‘een stem met een snik in de keel’, wat een rare omschrijving is, want een stem heeft geen keel. Hier denk ik aan een prompt: ‘hij hoort een stem op de radio die vertelt over…’ En dat de chatbot niet begrijpt hoe een radio-interview klinkt, namelijk hoogstwaarschijnlijk als iemand die zelf vertelt over wat haar is overkomen. Dus waarom niet zo?
‘…en na zeven jaar in grijs te hebben geleefd, keek ik hem aan,’ vertelde een vrouw geëmotioneerd.
Nu komt het. Chris draait meteen de knop van de radio om. Hoe lang heeft hij geluisterd? Vijf seconden, iets langer? Vervolgens belt Lena en vraagt of hij het heeft gehoord. En wij weten: ja, hij heeft het gehoord! Hij heeft nog geen tien seconden naar de radio geluisterd en hij heeft precies gehoord waar Lena over belt! Wat een toeval, zeg.
Dit legt iets bloot dat de hele novelle parten speelt, namelijk dat vrijwel alles in het verhaal alleen maar gebeurt omdat het voor het verhaal moet gebeuren. Dit is een schematische scène: Chris zet de radio aan, omdat Lena erover gaat bellen.
Ik geef grif toe dat in mijn eerste versies genoeg van dit soort onhandige momenten te vinden zijn en dat het me soms niet lukt om ze helemaal weg te poetsen, maar toch ben ik er behoorlijk handig in om ze te verstoppen. Het schrijven van een roman is een veel complexere goocheltruc dan de meeste mensen denken. En dan ook de schrijver van deze novelle denkt.

Er is een situatie en dat is alles, meer horen we niet. Wat Chris en Lena bindt, hoe ze elkaar kennen, je leest er niets over. Het verleden, dus de tijd van voor het verhaal begint, bestaat niet in dit boek. Alles speelt zich af in een vacuüm, de personages zijn alleen bezig met de thematiek van het verhaal waar ze zich in bevinden. Nu hoeft dat geen bezwaar te zijn, in de roman Een woord voor van Eva Meijer is dat ook het geval, haar personages houden zich ook alleen bezig met het thema van het boek, maar toch is dat veel interessanter, omdat zij het idee van verdwijnende woorden letterlijk en radicaal uitvoert en zij echte, eigen zinnen schrijft, die niet ruiken naar natte as en oude kranten.
Terug naar de radio en het bizarre toeval dat iemand precies het fragment heeft gehoord waar de ander hem even later over belt. Ik zeg niet dat ik alles beter weet of kan, maar er zijn toch fraaiere oplossingen denkbaar. Je kunt Chris wat langer naar de radio laten luisteren. Desnoods zingt hij mee met een liedje dat hem doet denken aan de tijd dat hij Lena leerde kennen, dan kun je meteen wat over vroeger vertellen. Chris zet de radio pas geërgerd uit als het gesprek begint.
Het kan ook nog dat het verhaal pas begint met Lena die Chris belt en vraagt of hij vanmorgen naar de radio heeft geluisterd. Ook al waren wij er niet bij toen hij dat deed, kan hij het bevestigen, want die radio stond aan voor de vertelling begon. Dan is het in het verhaal plotseling niet meer een bizar toeval. Vervolgens kan Lena vragen of hij dat meisje (ik zou zeggen: jonge vrouw, want ze is twintig) heeft gehoord. Ja, die uitzending heeft hij gehoord.
Je kunt het ook even eenvoudig als elegant oplossen:
Op het moment dat Chris zijn eerste slok koffie van de ochtend wilde nemen, belde Lena. Eigenlijk was het te vroeg, veel te vroeg, voor Lena, maar hij nam toch op. Ze zei dat hij de radio aan moest doen. ‘Niet vragen waarom.’
Met een zucht zette Chris zijn mok op het aanrecht, zocht de goede zender en hoorde een vrouw snikkend haar verhaal doen.
Daar zat hij helemaal niet op te wachten: gejammer in zijn ene oor, Lena in het andere en nog steeds geen slok koffie.
Het element van toeval is verdwenen en we weten meteen dat er iets tussen die twee personages Chris en Lena speelt. Vervolgens kun je verder uitleggen dat ze het hier al zo vaak over hebben gehad en dat deze hele kwestie een breuk in hun vriendschap dreigt te veroorzaken. Ook het cliché van iemand die wakker wordt in de eerste zin is vermeden. Verder is er weinig veranderd aan de oorspronkelijke tekst, ik heb nauwelijks iets toegevoegd.
Zelfs dit kleine stukje tekst ziet er vertaald door Google Translate al anders uit, het is niet woord voor woord min of meer hetzelfde:
Just as Chris was about to take his first sip of coffee of the morning, Lena called. It was really too early—far too early—for a call from Lena, but he answered anyway. She told him to turn on the radio. ‘Don’t ask why.’
With a sigh, Chris set his mug down on the counter, found the right channel, and heard a woman tell her story, sobbing as she did so.
This was the last thing he needed: wailing in one ear, Lena in the other, and still not a single sip of coffee.
Mijn tekst is blijkbaar complexer dan de oorspronkelijke tekst en tegelijk voelt die lichter aan. Er is een beetje sfeer ingekomen, vooral door de zin:
Eigenlijk was het te vroeg, veel te vroeg, voor Lena, maar hij nam toch op.
Daardoor blaas je leven in een figuur die de lezer nog maar enkele regels kent. Als je daar van zou maken (ik vraag me af of AI als schrijfcoach met deze suggestie zou komen, bij mij ontstaan dergelijke variaties alleen maar doordat ik die slechte passage overtik en denk: dat kan beter):
Hij was te vroeg voor Lena, eigenlijk was het altijd te vroeg voor Lena, zelfs ’s avonds laat, maar hij nam toch op.
Zo denk ik: dit heeft potentie! Op deze manier breng je bovendien een beetje humor in het verhaal en wordt de lezer nieuwsgierig naar wat er tussen die twee is, dus je voegt ook drama, spanning en verwachting toe. Daardoor zul je als schrijver moeten bedenken waarom Chris haar afhoudt, terwijl Lena hem probeert te bereiken. Ik zou dat los van die ‘grijze’ wereld als thema ontwikkelen en dan gebeurt er iets waar de hele novelle baat bij zou hebben: op de voorgrond speelt de relatie Chris-Lena, tegen de achtergrond van de grijze wereld waarin alleen zielsverwanten kleur kunnen zien. Aldus wordt het vreemde uitgangspunt enigszins versluierd, niet voor niets noemde ik schrijven hierboven een goocheltruc. Dit is een novelle waar het konijn gewoon op tafel zit en de illusionist zijn hoge hoed heeft vergeten.
In de novelle kwam ik één scène tegen die ik ook een scène zou willen noemen, de rest is slechts tekst. Midden in het boek lijkt er iets te gaan werken. Chris heeft bij het asiel dus een ara gevonden die Miro heet. Deze papegaai heeft zichzelf kaalgeplukt van ellende en Chris verzorgt het dier. Terwijl het door de aandacht steeds beter met de vogel gaat, wordt Miro plotseling (een woord dat vaak in de tekst voorkomt) levensbedreigend ziek. Haal zelf de nietszeggende tweeslagen eruit:
Chris schrok wakker van een geluid dat hij niet kende. Het was geen schreeuw en geen fluittoon. Het was een zacht, nat reutelen dat uit de hoek van de woonkamer kwam. […]
De vogel voelde gloeiend heet aan. Zijn borstkas ging snel en oppervlakkig op en neer. De veren die hij nog had, stonden dof overeind. […] De geur die van de vogel afkwam was scherp en muf, de geur van koorts en uitputting.
Chris maakt een papje voor het dier in de keuken. Dan zakt hij op de vloer met zijn rug tegen de ijskast en voedt hij de vogel die blijkbaar koorts heeft. Ergens staat dat het drie uur is in de nacht. Hij verzorgt het dier en dan lezen we:
De eerste zonnestralen raakten de ruiten van de woonkamer. Chris zat nog steeds op de vloer, zijn rug tegen de koelkast, met Miro die in een diepe, rustige slaap op zijn borst lag. De mufheid van de nacht was verdwenen; de lucht rook nu naar koude ochtend en de verre, vage geur van het park.
Even los van de stijlbloempjes zal het inmiddels vijf uur later zijn en de vogel heeft dus dankzij de zorgen van Chris de volgende morgen gehaald. Dat heeft iets ontroerends. Maar waarom is hij tegen die koelkast gaan zitten? Waarom niet aan tafel? Of op de bank? Het is niet zo dat hij die vogel bij de koelkast heeft gevonden en opgeraapt. Eerder lijkt het de bedoeling dat dit een mooi beeld moet zijn, iets uit een film. Wie gaat er nu om geen reden — als ik me een anglicisme mag veroorloven — in een volledig ingerichte woning uren op de grond zitten met een zieke vogel?
Waarom Chris überhaupt een vogel wilde, weten we niet. Heeft hij vroeger als kind een vogel gehad? Geen idee. Het verleden bestaat niet. Er is eigenlijk geen verteller in dit verhaal die met enig overzicht de levens van de personages kan beschouwen, ‘Er is geen einde en geen begin/aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,/alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.’ om Vasalis te citeren.
Belangrijk is alleen dat Miro een vogel is die kan praten en tegen wie Chris kan praten; een gevleugelde Sprechhund. Lena komt in het verhaal alleen voor als iemand die Chris wil redden, maar wat ze verder nog doet behalve een bezorgde kennis zijn, blijft onduidelijk. Zo bestaat alles in dit boek alleen omdat de opdracht is gegeven een novelle te genereren. Hier is niet iemand aan het woord die een verhaal wil vertellen, maar hier zien we iemand aan de gang die schrijvertje speelt. Er is geen verteller, zei ik net, maar er is ook geen schrijver. Hier is niemand aan het woord.
Het goede nieuws: zo slecht is een recent met AI geschreven boek dus; het slechte nieuws: iemand die dit publiceert meent dat dit goed is. Dat is de reden waarom ik toch maar stukken over AI blijf schrijven. Literatuur is mij iets waard. Ik weiger me erbij neer te leggen dat dit soort gedreutel voor kwaliteit doorgaat, dat essays die met AI in elkaar geflanst zijn worden genomineerd voor een belangrijke prijs, dat websites vol worden gegoten met de woordenbrij van chatbots. Nietszeggendheid mag niet de norm worden. Ik sta voor de ambachtelijkheid van het geschreven woord.
