Perfectie

Een paar weken geleden was er reuring over het feit dat een groot deel van de bijdragen aan de opiniepagina’s met behulp van AI bleek te zijn gemaakt. Ik moest denken aan een stuk dat ik jaren geleden voor de opiniepagina van een krant schreef. De redactie liet me weten dat ik het moest inkorten tot een exact aantal woorden en dat ik bepaalde dingen diende te schrappen terwijl andere juist om toelichting vroegen en ook dat ik naar een duidelijk slot moest toewerken. Ik sluit niet uit dat wat ik had geschreven na die ingrepen beter was, maar nu denk ik: die neiging om stukken in een mal te persen (en daarmee een deel van het leven eruit te drukken) heeft de weg opengelegd voor met behulp van de machine geproduceerde zouteloze bijdragen die nu vaak in de krant staan en waar ik doorgaans halverwege gapend in strand. De redactie van die pagina’s zal er ongetwijfeld mee in zijn nopjes zijn geweest, juist met die afgepaste en afgewogen stukken waarin de schrijver/machine keurig een stelling poneert, een rijtje argumenten wordt gegeven en de laatste zin de onontkoombare conclusie is. En dat alles zonder grammaticale missers en spelfouten!

Zelf ben ik een liefhebber van stukken waarin zinnen voorkomen die ik twee keer moet lezen en waar ik dan nog geen chocola van kan maken, of van essays waarin iemand zichzelf tegenspreekt, want daardoor zie je misschien geen waterdichte redenering, maar de weerslag van een denkproces.

Dit weekend stond er in de Volkskrant een interessant essay van Arnon Grunberg. Hij schrijft:

De menselijke emoties – en moraal is voor de meeste mensen een emotionele aangelegenheid – zijn niet geheel logisch. Was dat wel zo, dan zouden mensen machines zijn.

In hetzelfde stuk lezen we:

De mens, beter gezegd de westerling die het goede nastreefde, stelde zichzelf nog maar één vraag: wat zou Hitler hebben gedaan, gedacht, gezegd? Om vervolgens het omgekeerde te doen.

Er zit een zekere tegenstelling tussen die twee citaten, het schuurt en het wringt, want enerzijds zou de moraal dus door emoties worden beheerst en anderzijds zouden mensen bewust het andere doen dan Hitler had gedaan, wat toch duidt op een rationele afweging. Prompt raakte ik hierover over in een appwisseling met een van mijn vrienden die het stuk ook had gelezen en we spraken af het allebei nogmaals te lezen en er dan over te praten. Dat is een gevolg van het feit dat een essay van Grunberg niet platgeslagen wordt, dat er leven in zit, zodat je hem ziet zoeken.

Vervolgens had ik het over dit onderwerp met een andere vriend en zei ik: ‘Juist zinnen die wat vaag zijn, of onlogisch, en waar de redactie van de opiniepagina over valt maken het lezen van de krant voor mij interessant.’ 

Deze vriend stelde: ‘Het zal niet lang duren of ChatGPT gaat ook zulke zinnen maken.’

Pijltje wijst naar de Swing-knop op de drummachine die hopelijk iedereen kent van ‘Blue Monday’ van New Order.

Ik vertelde dat drumcomputers uit de vorige eeuw vaak werden uitgerust met een knop die bijvoorbeeld ‘swing’ heette om de mathematische beats een beetje human feel te geven. ‘Ik geloof graag,’ zei ik, ‘dat de output van AI-machines steeds menselijker zal overkomen.’

Ik kan me zelfs voorstellen dat de machine de mens uiteindelijk zal overtreffen. Het zal mogelijk zijn om met behulp van AI een penaltykanon te ontwikkelen dat feilloos elke strafschop in het doel schiet, hoe goed de keeper ook is. Ik vraag me af hoe interessant een voetbalwedstrijd nog zal zijn als zo’n kanon mag worden ingezet in een WK-finale. Of twee penaltykanonnen die het tegen elkaar opnemen! Dat is precies één keer leuk om naar te kijken, vrees ik. Daarna wil iedereen weer liever mensen zien die kunnen falen en die niet altijd raak schieten.

Mijn conclusie is dan ook dat hoe perfecter de machine wordt, hoe oninteressanter en saaier het resultaat zal zijn (in strikt wetenschappelijke zin blijft het fascinerend, maar ik bedoel voor de liefhebbers van voetbal of literatuur). Vanzelfsprekend zal de machine binnenkort een perfecte roman kunnen schrijven. Ik sluit niet uit dat de machine al geslaagde thrillers produceert die je kunt lezen op e-boekplatforms.

De pleitbezorger van de machine zei: ‘Het moet toch niet uitmaken wat de bron is van een tekst om die te waarderen voor wat die is? Een verhaal is goed of niet.’ Ik vertelde dat ik van de week in de supermarkt een kennis tegenkwam. Ze is een paar jaar geleden gescheiden. Ik vroeg of haar ex nog contact heeft met zijn zoons. ‘Nauwelijks,’ zei ze. ‘Af en tot stuurt hij appjes die helemaal kloppen qua grammatica en er staan geen rare spelfouten in. Die lezen ze niet echt, want ze willen dat hij zelf zijn appjes schrijft en dat klusje niet uitbesteedt aan ChatGPT.’

Mijn vriend bracht daar tegenin: ‘Hun vader heeft toch de prompts bedacht?’

In taalkundig opzicht zijn deze appjes vast ‘perfect’, maar die jongens hoeven helemaal geen perfecte appjes van hun vader, ze willen iets van hem vernemen, ongefilterd en in zijn karakteristieke koeterwaals. Ze hebben gelijk: als de verzender niet de moeite neemt om iets op te schrijven, waarom zou de ontvanger dan wel de moeite nemen het te lezen?

Harry Smith (1923-1991), samensteller van de beroemde Anthology of American Folk Music uit 1952, waarop hij tientallen opnames verzamelde van rammelende, slecht opgenomen en allesbehalve volmaakte songs uit de periode 1927-1932, verwoordde eens prachtig mijn standpunt:

Perfection may be perfect, but to hell with it!

Je kunt van alles over mijn werk zeggen, maar niemand zal toch hopelijk beweren dat mijn roman Aan het einde van de oorlog ‘perfect’ is. Dat ik het manuscript voor ik het helemaal af had aan niemand durfde te lezen, was omdat ik zelf wist welke kritiek ik zou krijgen en ik bang was dat ik daar naar zou luisteren: te dik, te veel personages, te veel perspectiefwisselingen, te gewelddadig en tegelijk te grappig, de clou wordt te snel verteld, het lijkt te veel op een ander boek, zijn we niet eens klaar met de Tweede Wereldoorlog. Ik dacht: beter ten hele gedwaald, dan ten halve gekeerd.

Stel dat ik naar die kritiek zou hebben geluisterd, dan had dat een well-crafted novel van 240 bladzijden opgeleverd, verteld vanuit één perspectief, met vijf hoofdfiguren, zonder gruwelen of grollen, waarin op bladzijde 235 wordt onthuld hoe het zit.

Dat had een perfecte roman kunnen zijn.

Perfect maar oninteressant.