Hoe leer je echt schrijven?

Ik ga nog één keer iets zeggen over het gebruik van AI in het schrijfproces, daarna geloof ik het wel en maak ik me er niet meer druk om. Hopelijk is in de eerdere stukken die ik maakte duidelijk geworden dat ik mijn eigen proces, dat open en intuïtief is, probeer te beschermen, dat ik bang ben iets te verliezen als ik AI in zou zetten in mijn werk. Ik vind schrijven namelijk fijn om te doen en ik heb het altijd leuk gevonden, ook toen het me nog niet lukte om iets fatsoenlijks op papier te krijgen. Zoals veel amateurs plezier beleven aan het bespelen van een muziekinstrument zonder ooit zo goed te worden als de meesters die ze bewonderen.

Mikey Shulman, de man achter Sunio (de ChatGPT van de muziek) denkt daar heel anders over:

It’s not really enjoyable to make music now. It takes a lot of time, it takes a lot of practice, you have to get really good at an instrument or really good at a piece of production software. I think the majority of people don’t enjoy the majority of time they spend making music.

Hier is een man aan het woord die alleen denkt aan het resultaat en niet aan het proces. Hij denkt dat het bevredigender is om een prompt te formuleren en een kant en klaar liedje te krijgen dan een nummer van Leonard Cohen of een prelude van Bach te leren spelen of een solo te improviseren op ‘Boer, daar ligt een kip in het water’, laat staan dan om zelf iets te bedenken. Dat iemand het leuk kan vinden om piano te leren spelen, een tuin te onderhouden, een maaltijd te koken, een tekst te schrijven, dat is voor types als Shulman onvoorstelbaar. Ik herhaal mezelf, merk ik, ik schreef al eens een essay over dit onderwerp, inmiddels meer dan drie jaar geleden.

Sam Altman van ChatGPT is geen haar beter dan zijn collega Mikey Shulman, hij deelt een kapitalistisch perspectief op creativiteit en eigenlijk op het hele leven. De redenering van zijn bedrijf OpenAI om ChatGPT te trainen op tekst die auteursrechtelijk beschermd wordt, is als volgt:

Because copyright today covers virtually every sort of human expression – including blogposts, photographs, forum posts, scraps of software code, and government documents – it would be impossible to train today’s leading AI models without using copyrighted materials.

Hij vergeet te vermelden dat hij dus zelf niemand wil betalen, maar wel geld verdient met zijn diefstal. Sinds deze week ook reclame-inkomsten. Zijn redenering kun je toepassen op meer gebieden:

Omdat eigendomsrechten op vrijwel alle goederen in de wereld van toepassing zijn — inclusief geld, koffers, kleren, benzine, voedsel en auto’s — zou het voor mij als armlastige onmogelijk zijn om met vakantie te gaan zonder banken te beroven, supermarkten te overvallen en auto’s te stelen.

Een legale manier om je model te trainen zou kunnen zijn om iedereen van te voren toestemming te vragen voor het gebruik en ervoor te betalen. In plaats daarvan wordt de eindeloos gefragmenteerde diefstal goedgepraat en wat de gebruiker ervoor terugkrijgt is: resultaat zonder dat je er meer moeite voor hoeft te doen dan formuleren wat je wilt hebben. Een stuk tekst in de stijl van iemand anders, bijvoorbeeld.

In een column op Tzum vertelde Coen Peppelenbos (ik ken hem persoonlijk maar ik noem Coen hier toch even Peppelenbos) laatst dat hij AI een column in de stijl van Peter Middendorp (ik ken Peter persoonlijk, maar ik noem Peter hier toch even Middendorp) had laten schrijven. Via een vriend kwam een betaalde (de Vlamingen zouden zeggen: een betalende) versie van Google Gemini (ik ken Google persoonlijk, maar ik noem hem hier toch even Gemini) met de beste column. Over het uiteindelijke resultaat schreef Peppelenbos: ‘er zitten inderdaad lekkere zinnetjes tussen. “Een opgetogen soort baksteen,” had ik zelf wel willen verzinnen.’ Dat is de crux: in plaats van te prompten, had Peppelenbos zelf een pastiche kunnen schrijven en wie weet met welke Middendorpismen hij dan was gekomen, maar die kans heeft hij zichzelf ontnomen.

Middendorp schreef zelf over die nepcolumn, die in zijn bijzijn werd voorgelezen alsof hij hem zelf had geschreven:

Het publiek klapte harder dan anders. Ik zat geschrokken op mijn stoel. Als het de vraag is of AI het werk van schrijvers zal overnemen, was het antwoord nu wel gegeven; in elk geval voor mij. Niet omdat AI me nou zo geweldig had nagedaan, maar omdat het zo goed was. Indrukwekkend goed. Althans: in veel opzichten beter dan het origineel.

Peppelenbos werd na afloop aangesproken over dit amusante bedrog:

De mensen in de zaal waren licht ontdaan omdat ze in de val waren getrapt. Een mevrouw zei: ‘Maar dat komt omdat we jou geloven!’ 

Die mensen zouden denk ik niet licht ontdaan zijn geweest als Peppelenbos had bekend zelf die pastiche te hebben geschreven. Dat zouden ze juist knap hebben gevonden.

Dit was de column die Gemini schreef in de stijl van Peter Middendorp:

In Emmen hebben ze de straatstenen in het centrum ooit zo neergelegd dat het leek alsof er overal een nieuw begin mogelijk was. Een opgetogen soort baksteen. Mijn vader geloofde daarin. Die zette elke ochtend de deuren van de Blokker open alsof de vooruitgang op het punt stond zijn winkel binnen te wandelen om een plastic afwasborstel te kopen.

Het overdekte winkelcentrum was onze kathedraal. Er hing altijd de geur van patatvet, vochtige overjassen en de vage, hardnekkige belofte van iets groters. Iets dat ver weg lag, voorbij de Hoofdstraat en het busstation, ergens over de grens van de provincie.

Nu wandel ik er soms terug. De overdekte passage is moderner geworden, de mensen lopen nog altijd even gestaag door de motregen. Niemand heeft echt haast. Emmen ligt er nog precies zo bij als vroeger: heel erg in het midden van nergens, dapper te doen alsof dat de beste plek op aarde is.

Het is een echte column en het is bizar om te bedenken dat een machine dit heeft gemaakt. Aan de andere kant valt op dat Gemini niet veel verder komt dan de clichés rond Middendorp die iedereen kan verzinnen: Drenthe, Emmen, Blokker, vader, grote dromen.

De eerste alinea brengt ons de inderdaad leuke vondst een ‘opgetogen soort baksteen’. Gemini verwijst er echter mee naar de straatstenen die in de eerste zin worden genoemd. Je hoeft geen metselaar te zijn om te weten dat bakstenen niet als straatstenen worden gebruikt. Het woord ‘klinker’ was toepasselijker geweest.

In de tweede alinea is er sprake van ‘onze kathedraal’. Over wie gaat dit? Wier kathedraal is dit? Die van Middendorp en zijn vader? In een echte column zou daar geen onduidelijkheid over bestaan.

‘Het overdekte winkelcentrum’: dat ‘overdekte’ kan weg, dat wordt al gesuggereerd door het ‘winkelcentrum’, aangezien eerder het ‘centrum’ van Emmen in het algemeen wordt genoemd. Het idee van een overdekte ruimte wordt bovendien versterkt door de metafoor van de kathedraal. Dan is ‘patatvet’ natuurlijk eigenlijk ‘frituurvet’ en worden overjassen al vijftig jaar niet meer zo genoemd, behalve bij The Society Shop.

In de derde alinea raakt Gemini ongeconcentreerd. Ik vind het een vreemd fenomeen, maar deze column wordt steeds slechter, terwijl je zou verwachten dat AI juist steeds constante kwaliteit zou leveren en vertrouwd voordelig zou zijn: ‘Nu wandel ik er soms terug.’ Dat lijkt me een ongrammaticale zin: je komt of je keert er terug, maar je wandelt er niet terug. Met ‘er’ wordt blijkbaar het winkelcentrum bedoeld, dat nu nogmaals het epitheton ‘overdekte’ krijgt, maar dit keer een ‘passage’ heet. Gemini varieert in zelfstandige naamwoorden en vergeet de bijvoeglijke naamwoorden, die hier ook nog eens overbodig zijn. Of overbodig? Die onzin zijn. Ik citeer de zin nog even helemaal:

De overdekte passage is moderner geworden, de mensen lopen nog altijd even gestaag door de motregen.

Valt er iets op? Om te beginnen is ‘nog altijd’ en ‘even gestaag’ dubbelop. Maar dan dit: dat ‘overdekte winkelcentrum’, die ‘overdekte passage’ is toch OVERDEKT? Hoe kunnen die mensen daar dan ‘door de motregen’ lopen? Snapt Gemini zelf wat hier staat, of klinkt het gewoon lekker melancholisch-tragikomisch? Los daarvan lopen de mensen in deze constructie taalkundig ook niet ‘door’ maar ‘in de regen’. Je kunt wel zeggen: ‘ik moest door de regen naar de Blokker om een afwasborstel te kopen’, maar je loopt ‘in de regen’. Behalve dan in een overdekte ruimte.

Op het eerste gezicht is deze column misschien Middendorp in het kwadraat, maar bij nadere beschouwing is de mens Middendorp een veel betere Middendorp dan AI. De fouten die hier worden gemaakt, zijn misschien zo suf dat je ze over het hoofd ziet, maar ik weet zeker dat je ze niet tegenkomt in een echte column van Middendorp.

Overigens merkt Peppelenbos ook op dat ChatGPT, die hij eerst om een column in de stijl van Peter Middendorp heeft gevraagd zich ‘indekt’ en aankondigt:

‘Ik kan niet precies in de stijl van Peter Middendorp schrijven, maar wel een originele column van ongeveer 150 woorden maken met een vergelijkbare literaire, ironische en observerende toon.’ 

Om vervolgens doodleuk een column in de stijl van Middendorp bij elkaar te stelen. Het is alsof je met een kar onbetaalde boodschappen door de poortjes van de supermarkt naar buiten rent en roept: ‘Ik steel niks! Ik ben geen dief!’ Dit is de manier waarop Sam Altman zich probeert in te dekken tegen het soort rechtszaken die nu al tegen Mikey Shulman worden aangespannen, waar artiesten protesteren tegen liedjes die Sunio ophoest en die onmiskenbaar in hun stijl zijn gemaakt.

Ik haal liever inspiratie uit mensen die muziek en de kunsten op een andere manier benaderen dan figuren als Shulman en Altman, namelijk als het resultaat van inspanning in plaats van als een residu van gemakzucht en diefstal. Van de grootste tenorsaxofonist aller tijden, dit jaar een eeuw geleden geboren, John Coltrane, is bekend dat hij tot op het laatst van zijn korte leven eindeloos toonladders repeteerde. Zelfs als hij op een avond twee of drie sets had gespeeld, ging hij daarna nog naar huis om te oefenen. Toen Miles Davis hem een sopraansaxofoon cadeau had gegeven, deed Coltrane (tot wanhoop van Davis) in de tourbus niets anders dan pogingen dit voor hem nieuwe instrument te beheersen — en reken maar dat hij het onder de knie kreeg en naar zijn hand wist te zetten. Maar ook voor hem ging dat niet vanzelf. De op een na grootste tenorsaxofonist aller tijden, de dit jaar na een lang leven overleden Sonny Rollins, trok zich op het hoogtepunt van zijn carrière anderhalf jaar terug uit de openbaarheid om nieuwe manieren te vinden om muziek te maken. Soms stond hij nachtenlang te spelen op de Williamsburg Bridge in New York, alleen om zichzelf iets nieuws te leren.

Coltrane en Rollins: beiden werden geïnspireerd door tijdgenoten en voorgangers, ze stonden in een traditie, vernieuwden die en ze werden daarnaast gedreven door zelfonderzoek, door de drang zich te veranderen en door hun instrument en de muziek zelf.

Leren schrijven is niet makkelijk, ik deed er een kwarteeuw over voor ik debuteerde. Als je het eens bent met de man van Sunio en denkt dat (leren) schrijven net als muziek maken ‘not really enjoyable’ is dan zou ik zeggen: AI is voor jou inderdaad een geweldig hulpmiddel. 

In het commentaar onder eerdere berichtgeving op Tzum over het onderwerp AI en literatuur kwam ik deze mening van ‘Joop’ tegen:

Als AI ervoor zorgt dat mensen met een goed verhaal, maar minder sterke schrijfvaardigheden, dat verhaal toch helder en overtuigend op papier krijgen, is dat uiteindelijk vooral winst voor de liefhebbers van schrijven en lezen.

Het lijkt erop of Joop denkt dat sommige mensen met ‘sterke schrijfvaardigheden’ geboren worden. Ik denk dat er geen echte ‘natuurtalenten’ bestaan, zeker niet in de literatuur (en misschien zelfs niet in de sport). Natuurlijk kan iemand aanleg hebben, maar een wedstrijd win je alleen door keihard werken. Een boek schrijf je ook alleen door er tijd in te steken, door te oefenen en kritisch naar je eigen werk te kijken.

Ene Willem zegt, onder hetzelfde stuk op Tzum:

Ik vermoed dat het de gemiddelde lezer weinig zal uitmaken of een goed boek tot stand is gekomen doordat iemand drie jaar lang met pen en papier op een zolderkamertje heeft zitten pielen, er meerdere redactierondes aan vooraf zijn gegaan, tien mensen hebben meegelezen en het Letterenfonds er €20.000 voor heeft overgemaakt — of doordat iemand een Claude-abonnement van twee tientjes per maand heeft ingezet om er een prettig leesbaar verhaal van te maken. Alleen al het feit dat de boekenwereld dankzij AI en selfpublishing een stuk minder exclusief wordt, maakt het wat mij betreft een vooruitgang.

Op de een of andere manier krijg ik de indruk dat zo iemand denkt, net als de mensen die het oké vinden als opiniestukken door ChatGPT worden geschreven, dat AI als het ware democratiseert. Helder schrijven lijkt nu immers voor iedereen mogelijk. De ironie is natuurlijk dat mensen er juist minder goed door gaan schrijven. Vergelijk het met iemand die moeite heeft met achteruit inparkeren. Een auto aanschaffen die het zelf doet zou de beperkte vaardigheden van de bestuurder niet bepaald stimuleren.

Een abonnement op Claude kost volgens Willem twintig euro in de maand. Ik vraag me af of je dat geld niet beter kunt investeren, als je echt wilt leren schrijven, door je eigen schijfcoach te worden en te leren van schrijvers die jou inspireren. Een tijdje geleden werd mij door ILFU gevraagd een schrijftip te geven. De tip die ik had (schrijf eerst je boek in zo kort mogelijke tijd tot het eind zodat je weet wat je wilt vertellen), bleek al door iemand anders te zijn gegeven. Daarom kwam ik met een andere, die je hier kunt zien. Maar hieronder volgt een derde, veel belangrijkere, die ik nooit in 45 seconden had kunnen uitleggen.

Voor twintig euro zou je er elke maand een boek van kunnen aanschaffen bij de boekwinkel, je zou er makkelijk het lidmaatschap van de bibliotheek mee kunnen bekostigen, of je zou — dit zou ik doen — elke week naar de kringloopwinkel kunnen gaan om voor vijf euro een of twee boeken te kopen. Ik ga nu even uit van iemand die een roman wil schrijven, maar dit kan natuurlijk ook met andere genres als korte verhalen, essays, memoires, literaire thrillers, of poëzie (hoewel goeie dichtbundels vinden bij de kringloop lastig kan zijn). Ik zou zeggen: probeer je zoveel mogelijk te richten op de Nederlandstalige literatuur. Als je in het Nederlands gaat schrijven, leer dan de traditie kennen en kijk hoe tijdgenoten het doen. Als je in het Engels wilt schrijven kan ik je niet helpen, veel succes!

Lees elke week een of twee boeken, dat lukt al met elke avond een of twee uurtjes, net zolang tot je er 25 hebt gelezen, dan ben je bij de meeste kringloops (let op het meervoud!) minder dan honderd euro kwijt. De boeken die je hebt gelezen, leg je op volgorde van kwaliteit: het beste boek bovenop. Na een halfjaar heb je zo een top 25. Onderop liggen misschien wat boeken die je niet hebt uitgelezen.

Je bent 25 boeken en een halfjaar verder en volgens mij is het dan tijd om de bovenste vijf boeken te herlezen en je af te vragen: waarom vind ik dit goede romans? Zo onderzoek je niet alleen die romans, maar ook je eigen smaak en zo kom je er ook achter wat je belangrijk vindt. Je zou voor de aardigheid ook het onderste boek van de stapel kunnen pakken om te ontdekken waarom je dat niet goed vond. Elk jaar lees ik wel een paar (in mijn ogen) ‘slechte’ boeken uit, om er achter te komen waarom ik ze niet goed vind.

Als je nu deze top vijf hebt herlezen, moet je een idee krijgen van wat volgens jou de kwaliteit van die boeken bepaalt. Dat kan van alles zijn: van de plot tot de karaktertekening, van de stijl tot de dialogen, van de betekenis tot de nonsens. Soms zit het in de zinnen en de alinea’s, soms in de werking van het geheel. Soms in bespiegelingen en beschrijvingen. In humor of in pathos. Soms in alles, maar wat is dat alles dan?

In het tweede halfjaar kun je bij de kringloop op zoek gaan naar meer van dit soort boeken en naar titels van de auteurs die je blijkbaar bevallen. Gaandeweg heb je misschien geleerd om je tegelijk te laten meeslepen door die boeken én over de schouder van deze in jouw ogen goede schrijvers mee te kijken.

Je kunt nu een hoofdstuk gaan analyseren, door te kijken naar de manier waarop een schrijver daarin omgaat met zaken als tijd en perspectief. Je kunt eens een alinea overschrijven om gevoel te krijgen voor ritme. Een dialoog hardop uitspreken en je afvragen hoe het komt dat die natuurlijk overkomt.

Door zo te lezen en te onderzoeken, kun je voor minder dan de kosten van een abonnement op Claude leren van de in jouw ogen grootste meesters en dankzij alles wat je van hen oppikt je eigen stem vinden. Wees niet bang dat al dat gelees je teveel zal beïnvloeden, want als je echt gaat schrijven, zal zich onherroepelijk een kloof openen tussen wat je goed vindt en wat je kunt. Je hebt van de meesters en meesteressen geleerd. Juist je beperkingen zullen bepalen wie jij als schrijver bent.