Sleep no more

PS, Yolanda Entius | Boek | 9789038817163

Het gebeurt me een paar keer per jaar dat ik een boek niet kan wegleggen. Meestal lees ik een paar boeken tegelijk, overal in huis liggen boeken waarin ik bezig ben, maar dan moeten de andere boeken wijken voor dat ene boek, dat ik meesleep van de woonkamer naar mijn werkkamer, van de bank in de tuin naar de trein, van wachtkamer naar slaapkamer.

Soms komt het doordat het boek spannend is, maar meestal doordat wat er in het boek wordt beschreven en hoe dat gebeurt me eenvoudigweg niet loslaat. Deze week overkwam het me nog met de hartverscheurende brief die Yolanda Entius aan haar overleden moeder schreef onder de titel PS. Ze vertelt een afschuwelijk verhaal, het is niet leuk, eerder rauw, het gaat over iets dat niemand wil ondergaan en toch moest ik doorlezen. Ik hoef het waarom niet te analyseren, ik stel het vast. 

Into That Darkness: From Mercy Killing to Mass Murder : Sereny, Gitta:  Amazon.nl: Boeken

Ik heb het met uiteenlopende boeken gehad, van de laatste tijd herinner ik me boeken van Gerard Visser en Judith Hermann. Het hoeven trouwens niet eens literaire egodocumenten of romans te zijn, het kunnen ook non-fictie titels zijn, zoals Into that Darkness van Gitta Sereny of Music for Silenced Voices van Wendy Lesser.

Dat obsessieve lezen begon op de middelbare school met de ontdekking van de literatuur. Voordien las ik thrillers van Alistair Maclean (die leefde toen nog!) en Robert Ludlum (die leefde nog langer!). Hoe spannend die boeken ook waren, ik kon ze prima wegleggen. Misschien zijn ze in al hun onvoorspelbare plotwendingen wel voorspelbaarder dan ze lijken. Je kunt erop vertrouwen dat je waar voor je geld krijgt.

Voor mij werden andere boeken onweglegbaar. Boeken die niet volgens een geijkte formule werden geschreven en een wereld toonden die dichterbij was, boeken die vooral intrigeerden door hoe die wereld gestalte werd gegeven. Ik bedoel natuurlijk het werk van de Grote Drie en voorgangers, maar vooral ook boeken die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig uitkwamen en nog niet zo oud waren, zoals Rituelen van Cees Nooteboom, Vallende ouders (en later De gevarendriehoek) van A.F.Th. van der Heijden, de delen van de Erwin-trilogie van Joyce & Co. (Geerten Meijsing), De aansprekers van Maarten ’t Hart, Zonsopgangen boven zee en de Indië-romans van Jeroen Brouwers, de eerste boeken van Oek de Jong, Montyn van Dirk Ayelt Kooiman: ik las door tot ik ze uit had. 

Montyn – De Harmonie

Ik las ook veel Engelse boeken en ik herinner me dat ik overmoedig Tom Jones op mijn lijst voor Engels had gezet, een vuistdikke, achttiende-eeuwese schelmenroman van Henry Fielding. Ik kon niet stoppen en toen ik het uit had, kwam de zon op en niet lang daarna klopte mijn moeder op de deur van mijn kamer en vroeg of ik wakker was, want ik moest naar school. En dit was dus niet vlak voor het mondeling examen over dat boek, maar maanden eerder.

Achteraf verbaast het me wel dat ik zo geïnteresseerd was in boeken waarin ik als opgroeiende puber in Nederland anno 1983 niet werd gerepresenteerd. Integendeel, ik weet nog goed dat in 1984 Hersenschimmen van de destijds 47-jarige J. Bernlef uitkwam, die op dat moment vijf jaar ouder was dan mijn eigen vader. Ik was destijds zestien. Ik vond het een fascinerend boek en het was voor mij — en ik denk voor honderdduizenden lezers — de eerste kennismaking met dementie. Alleen al de opening: ‘Misschien komt het door de sneeuw dat ik me ’s morgens al zo moe voel.’ Een glasheldere zin, in spreektaal gesteld en toch onheilspellend en melancholiek. 

Hersenschimmen door J. Bernlef | Scholieren.com

Zo’n boek als Hersenschimmen, een blikseminslag was het, te schrijven, niet vanwege het succes (ik wist niets van verkoopcijfers), maar om wat het met mij deed. Daar dacht ik regelmatig aan in de kwarteeuw waarin ik in de vrije uurtjes die ik had eindeloos verhalen schreef en vruchteloos romans concipieerde (we schrijven de jaren 1983-2008). 

Zoiets teweeg te brengen, dat tegelijk klein en groot is: klein omdat iemand maar een paar uur iets anders doet dan hij zich heeft voorgenomen, namelijk lezen in plaats van slapen. Groot, omdat het vast niet bij elk boek gebeurt. 

Het lukte!

Na mijn debuut in 2008 ontving ik een ansichtkaart van een mevrouw van in de tachtig die in een keurig handschrift vertelde dat ze op een avond aan Begeerte heeft ons aangeraakt was begonnen en de hele nacht door had gelezen. 

Als lezer hoop ik nog altijd op boeken die ik niet kan wegleggen, of boeken die maken dat het me niet deert dat ik midden in de nacht klaarwakker ben, want dan kan ik lekker doorlezen. Niet zo lang geleden vergat ik bij het juiste station uit te stappen terwijl ik Ganzentijd van Mirjam van Hengel aan het lezen was. Dat!

En nu lees ik op de site van POM dat journalist Ernst-Jan Pfauth, mede-oprichter van De Correspondent ‘nog maar vier uur per nacht’ slaapt omdat hij mijn roman Aan het einde van de oorlog niet kan wegleggen!

Dat!