Een paar jaar geleden schreef ik een artikel voor De Groene Amsterdammer over wat-als-romans die over de Tweede Wereldoorlog gaan. Het werd nooit geplaatst. Hieronder volgt het als nog.
Wat-dan-nog-als-romans
Wie in gezelschap beweert dat de Watersnoodramp zich nooit heeft voorgedaan, wordt door zijn gehoor op zijn best meewarig aangestaard, maar wie op internet roept dat de Holocaust een hoax is, vindt wereldwijd honderdduizenden zo niet miljoenen medestanders. Het taboe dat op het twijfelen aan of over de Holocaust rustte, is deze eeuw helaas aan het wankelen gebracht, onder meer door Nederlandse politici als Thierry Baudet (hij noemde Rem Koolhaas ‘de grootste misdadiger tegen de menselijkheid’) en Geert Wilders (hij vindt de Koran ‘erger dan Mein Kampf’) en oud-Kamervoorzitter Martin Bosma (hij houdt bij hoog en bij laag vol dat Hitler ‘links’ was, terwijl het eerste concentratiekamp Dachau in 1933 werd opgericht om de grote aantallen linkse tegenstanders van de nazi’s op te sluiten en, zoals Timothy W. Ryback schrijft in Hitlers eerste slachtoffers: ‘Het bloedspoor dat in Dachau begon, eindigde in Auschwitz.’) Met hun bagatelliserende taalgebruik zaaien extreem-rechtse politici al twee decennia lang twijfel over de Holocaust.

Toen ik Zielland van Désanne van Brederode las, een in 2022 verschenen wat-als-roman over Joseph Goebbels, begon ik na te denken over de vraag waarom sommige mensen in de echte wereld zo graag willen tornen aan de Holocaust, terwijl in de literatuur, zelfs in speculatieve fictie over nazi’s, allerlei feiten kunnen veranderen, behalve de Holocaust.
In Zielland draait het om de vraag wat er gebeurd zou zijn als Joseph Goebbels in het najaar van 1938 voor zijn minnares had gekozen, de Tsjechische actrice Lída Baarová, met wie hij in werkelijkheid onder druk van Hitler brak. De Goebbels van Van Brederode verlaat vrouw en kinderen en begint in Japan met zijn geliefde een nieuw leven als stropdassenverkoper.
Je zou kunnen zeggen dat deze hilarische carrièreswitch een reële optie was in het leven van de nazi-minister van Propaganda en dat een dergelijke beslissing de loop van de geschiedenis had kunnen veranderen, maar gaandeweg het verhaal dat Van Brederode vertelt, wordt duidelijk dat het radicale besluit geen invloed zal hebben op de naderende oorlog en evenmin op de massamoord op de Joden. Dat is de schuld van (hoe kan het ook anders?) Hitler, die dankzij Stalins meesterspion Richard Sorge (die echt heeft bestaan) halverwege het boek ten tonele verschijnt, als een Mefistofeles voor Faust. Hitler slaagt erin de bijna van hem losgeweekte Goebbels opnieuw tot het kwaad te verleiden. Anderhalve maand later blijft Goebbels ook in Van Brederodes roman de kwade genius achter de zogenaamd spontane volksopstand tegen de Joden, in feite een door de nazi’s georganiseerde pogrom, die het begin van de Holocaust zal inluiden: de ‘Reichskristallnacht’.
Zo weet Van Brederode in deze virtuoze roman, waarin ze de dagboekschrijvende Goebbels inzet als een onheilsprofeet die ons van alles probeert te leren over onze eigen tijd, dankzij een ingenieuze verteltruc te voorkomen dat dit onloochenbare historische sleutelmoment niet zou hebben plaatsgevonden in haar gefantaseerde romanuniversum.

Het is een procedé dat veel schrijvers van speculatieve romans over de Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk toepassen: boeken die op het eerste gezicht een spectaculaire omkering van de geschiedenis beloven, blijken minder ingrijpend dan verwacht. Denk aan het op een vreemde manier ontroerende Siegfried (2001) van Harry Mulisch (Hitler had een zoon) of het bij vlagen hilarische Het transport van Adolf H. naar San Cristóbal (1981) van George Steiner (de bejaarde Hitler wordt door een groep Israëlische nazi-jagers opgespoord in de jungle van Zuid-Amerika). De schrijvers willen niet tornen aan Hitlers grootste misdaad, de massamoord op de joden. Zelfs voor romanciers die aan de haal gaan met de geschiedenis, blijft de Holocaust bestaan; ze geven alleen Hitler of een andere nazi een amusant staartje.

Ook in speculatieve fictie die niet meteen tot de literatuur gerekend wordt, blijkt de Holocaust ondanks alles te hebben bestaan, zoals in Fatherland (1992) van Robert Harris, dat is gesitueerd in het Duitse rijk anno 1964. De Holocaust heeft in dit boek ondanks de niet-historische nazi-overwinning wel degelijk plaatsgevonden, alleen weet bijna niemand ervan, de ontdekking van de massamoord vormt de spil van de plot. Iets dergelijks is het geval in Philip K. Dicks speculatieve klassieker The Man in the High Castle (1962) over een deels door nazi-Duitsland en deels door Japan bezette Verenigde Staten. Evenmin bestaat de Holocaust niet, om terug te keren naar de literatuur, in The Plot Against America (2004) van Philip Roth, waarin de vliegheld Charles Lindbergh in 1940 een verkiezingsoverwinning behaalt op F.D. Roosevelt en een antisemitisch regime vestigt in Amerika.

In The Ghost Writer (1979) gaat Philip Roth verder. In deze eerste van zijn romans over de schrijver Nathan Zuckerman wordt de suggestie gewekt dat Anne Frank de Holocaust heeft overleefd. Jan Oegema behandelde in zijn boek Een vreemd geluk, de publieke religie rond Auschwitz (2003) de verering van Anne Frank, die van haar ‘een martelares’ maakte, ‘een meisjes-Jezus’. Het is precies die heiligheid van Anne Frank die Philip Roth in zijn roman The Ghost Writer uit 1979 probeert te omzeilen.

De jonge schrijver Nathan Zuckerman is op bezoek bij zijn grote voorbeeld E.I. Lonoff. Naast diens echtgenote blijkt zich in het afgelegen huis ook een studente van halverwege de twintig op te houden. Deze Amy Belette is een vluchteling uit Europa die via Engeland in Amerika terecht is gekomen. Zuckerman blijft slapen en luistert laat op de avond een gesprek af tussen Lonoff en Belette. Vervolgens schrijft hij een hoofdstuk (getiteld ‘Femme fatale’) waarin de jonge vrouw een jaar eerder, in 1955, haar levensverhaal vertelt aan Lonoff en onthult dat ze eigenlijk Anne Frank heet.
In een interview met Hermione Lee in The Paris Review beschrijft Roth in 1984 hoe hij te werk is gegaan: eerst schreef hij het hoofdstuk over Anne Frank in de derde persoon, ik zeg nu maar even ‘als zichzelf’: Philip Roth buigt zich over het leven van Anne Frank na haar veronderstelde dood. Het resultaat was een hagiografie: ‘Ik begon met te doen met wat je moet doen als je over een heilige schrijft.’ Hij kwam niet verder dan de clichématige emoties die nu eenmaal bij Anne Frank horen.
Vervolgens haalde hij het hoofdstuk ‘door de zeef van de eerste persoon enkelvoud’, dus alsof via Amy Belette de overlevende Anne Frank zelf aan het woord kwam, die zichzelf natuurlijk niet als de heilige Sint Anne kon presenteren, maar die de toon van haar dagboek voortzette. Op die manier wist Roth zich los te maken van zijn eigen suikerzoete heiligenverering — en ging hij eerder blasfemisch te werk, waarvoor hij na publicatie uiteraard bekritiseerd zou worden.
Daarna herschreef hij het hoofdstuk weer en kreeg het de getrapte vorm die het nu heeft: Roth gebruikt zijn niet-autobiografische alter ego Nathan Zuckerman om in de eerste persoon te vertellen hoe hij zich voorstelt dat Amy Belette alias Anne Frank haar verhaal doet aan de schrijver Lonoff. Het knappe is natuurlijk dat het desondanks lijkt alsof Anne Frank sprekend wordt opgevoerd, terwijl je weet dat het niet waar kan zijn. Roth zei in The Paris Review over dit effect van literatuur in het algemeen: ‘Denk aan de buikspreker […] als je hem niet zou zien, beleefde je geen plezier aan zijn kunst. Zijn kunst bestaat uit aanwezig en afwezig zijn.’
En toch, zelfs als het binnen The Ghost Writer ‘waar’ zou zijn dat Anne Frank de Holocaust had overleefd, dan nog gaat de roman, net als een groot deel van Roths oeuvre, onvermijdelijk over de Holocaust, maar via een ingewikkelde omweg.

In een interview uit 1984 met Ian Hamilton voor The London Sunday Times legt Roth uit dat een ‘Christian American writer’ als William Styron in Sophie’s Choice de Holocaust zonder meer tot onderwerp van fictie maakt, maar dat hij daar zelf niet toe in staat is. In het leven van Joden werkt de Holocaust op een geheel andere manier door: ‘You don’t make use of it — it makes use of you.’
In Roths roman The Anatomy Lesson krijgt de moeder van Nathan Zuckerman in 1970 op haar sterfbed het verzoek van de dokter om haar naam op te schrijven, in plaats van ‘Selma’ schrijft ze: ‘Holocaust’ – een woord dat Zuckerman haar zelfs nooit maar heeft horen uitspreken. De dokter geeft het briefje aan Zuckerman en die kan het niet over zijn hart verkrijgen het weg te gooien. Roth in het interview met Hamilton: ‘Dat papiertje in Zuckermans portemonnee is misschien niet zo klein als het lijkt.’
Je kunt de Holocaust niet verkreukelen, verscheuren, verbranden, weggooien, vergeten, wegdenken of ontkennen, zelfs al gebruik je Anne Frank of Joseph Goebbels als buikspreekpop.
Wat-als-romans waarin Hitler een Nachleben krijgt, waarin Anne Frank zich ontpopt tot een aantrekkelijke jonge vrouw, of waarin Goebbels zijn hart volgt, zijn vermakelijk genoeg, stilistisch knap en ze zetten zeker aan tot nadenken, maar ze blijven in het licht van de geschiedenis literaire Spielerei. Er worden dingen veranderd die er niet echt toe doen, waardoor je in plaats van over wat-als-romans ook over wat-dan-nog-als-romans zou kunnen spreken: wat dan nog als Hitler een zoon had gehad? De groteske toevoegingen aan Hitlers persoon laten het onveranderbare ongemoeid. Wat dan nog als Hitler in de jungle zou zijn opgespoord en werd berecht — het had niets uitgemaakt.
Ik denk dat als er één gebeurtenis in de geschiedenis is die mensen hadden willen voorkomen, het vermoedelijk de Holocaust zal zijn. Zelfs de schrijvers van de meest fantastische speculatieve fictie houden zich er verre van daaraan te tornen, juist omdat hun verbeelding stopt bij de Holocaust, aangezien het de gebeurtenis moet zijn die ze in werkelijkheid niet hadden willen laten plaatsvinden.
Dat zegt iets over de mensen die de Holocaust willens en wetens menen te moeten bagatelliseren of ontkennen.

PS
De enige roman die ik ken (maar er kunnen er natuurlijk best meer zijn) waarin de Holocaust niet heeft plaatsgevonden, is The Alteration (1976) van Kingsley Amis. In die dystopische roman heeft de hele Tweede Wereldoorlog niet plaatsgevonden en zelfs de reformatie niet, want Maarten Luther is in zijn boek paus geworden en anno 1976 is Europa een katholieke theocratie waarin nooit sprake is geweest van de Verlichting, maar ook niet van slavernij en de Holocaust. De enige jood die in het boek voorkomt, Jacob, draagt een gele ster op zijn kleren en is gemarginaliseerd, dat dan weer wel.
