Kippen

Deze zomer was ik een paar dagen in de buurt van de Peel. Ik wandelde met de hond over een pad tussen het natuurgebied en een enorm maïsveld. Een man uit de buurt vertelde mij dat waar nu maïs werd verbouwd tot voor kort grasland was waar koeien graasden. De melkveehouder van wie de grond was had geen opvolger en probeerde zijn bedrijf te verkopen, zonder veel succes. Uiteindelijk had hij het geluk dat zijn bedrijf te dicht bij de Peel was gevestigd en werd hij uitgekocht door de overheid, ik neem aan de provincie. De boer had meer dan honderd koeien en kreeg een paar duizend euro per stuk, begreep ik van de man uit de buurt.

Ik vroeg hem naar zeven kippenschuren die verderop stonden, maar een meter of driehonderd van het natuurgebied. Dat bedrijf viel net buiten de grens en kon dus blijven. Hij vertelde dat er in die zeven schuren 450.000 kippen werden gehouden. Ik denk dat in een cirkel van vijf kilometer rond die farm niet meer dan tienduizend mensen wonen. En dan 450.000 kippen op een oppervlakte van twee voetbalvelden? Ik was er al een paar keer langs gekomen: zeven stallen met silo’s ervoor, een woonhuis erbij, twee of drie auto’s en een heftruck, een fietsenrek met een paar fietsen. Die 450.000 kippen werden zo te zien gehouden door een echtpaar en een stuk of wat knechten.

Ik kan het bijna niet geloven, zei ik.

Toen vertelde de man dat die 450.000 kippen binnen zes weken worden geslacht en dan komen er 450.000 nieuwe kuikens. Dat maakt dus, op die ene boerderij in Noord-Brabant ongeveer drie miljoen kippen per jaar. 3.000.000 kippen.

Best veel, als je het mij vraagt.

Telefoon

Af en toe kijk ik een stukje van een debat in de Tweede Kamer en dan valt het altijd weer op hoeveel mensen ‘op hun telefoon zitten’, in de niet-letterlijke betekenis (want anders zou het mij ook niet altijd weer opvallen). Kamerleden, woordvoerders, fractieleiders en zelfs bewindslieden lijken soms meer geïnteresseerd in wat er op hun schermpje staat dan in de vergadering van de volksvertegenwoordiging waar ze deel van uit maken.

Natuurlijk zullen ze af en toe ruggespraak hebben met fractiemedewerkers of ambtenaren maar ik vind het in de eerste plaats een verkeerd signaal:  het boeit niet wat er hier gezegd wordt. Ik sta zelf soms voor een zaal te spreken en dan merk ik dat het mij even van mijn stuk brengt als ik iemand bezig zie op een telefoon.

Bovendien denk ik — hoewel ik me best kan voorstellen dat er via mail, sms en whatsapp of signal voor het debat interessante dingen en relevante stukken worden uitgewisseld — dat het de kwaliteit van het debat hoe dan ook niet ten goede zal komen. De bedoeling van een vergadering lijkt me ook dat er door de aanwezigen over een kwestie wordt beraadslaagd en dus niet door mensen die er niet zijn (‘zonder last of ruggespraak’, nietwaar?) en dat die beraadslagingen binnen de openheid en geslotenheid van die vergadering plaatsvinden. Niet voor niets worden vergaderingen soms geschorst om aanwezigen de gelegenheid te bieden buiten de vergadering onderling te overleggen en een fractiestandpunt te bepalen.

Natuurlijk moet het parlement niet blijven hangen in ouderwetse gebruiken en moet ook de volksvertegenwoordiging mee met de tijd, maar ik vind dat we moet waken voor het uithollen van een instituut als de Kamer. Het heeft een functie dat iedereen daar in een ruimte lijfelijk aanwezig is en van gedachten wisselt en  dat bewindslieden daar lappen tekst voorlezen die ze net zo makkelijk als een pdf-je in de groepsapp zouden kunnen zetten.

Denk je eens in dat bij een andere zaak van nationaal belang, laten we zeggen het Nederlands elftal (m/v), spelers voortaan een telefoon in hun tenue mogen meenemen.

Er wordt iemand onderuit geschoffeld, de scheidsrechter gaat de VAR raadplegen en alle spelers grijpen hun telefoon. Er is gescoord, de maker van het doelpunt trekt niet zijn/haar shirt uit, maar grijpt gereglementeerd naar haar/zijn telefoon om een selfie te maken voor de tribune vol Oranjefans. Er komt een vrije trap aan en in afwachting van het fluitsignaal kijkt iedereen of zij/hij nog berichtjes heeft van de coach, medespelers of familie. De keeper die weinig te doen heeft, staat terwijl de aanval op de andere helft aan de gang is tegen de doelpaal geleund en een reeks emoji’s te sturen naar de kinderen thuis. De eenzame spits in de punt van de aanval checkt de mail even omdat hij een belangrijk bericht van zijn/haar manager verwacht en die lange bal in haar/zijn richting zo te zien nog lang niet komt. De trainer en de technische staf zitten de hele wedstrijd op hun schermpjes te kijken, andere wedstrijden te volgen, hun correspondentie bij te werken, spelletjes te spelen, te Netflixen en instructies naar de spelers te appen.

Is er iemand die denkt dat — ook al kan de trainer heel nauwkeurige instructies naar de spelers sturen  — dat een team dat even voor een vrije trap massaal op zijn/haar telefoon kijkt beter zal spelen dan hetzelfde team zonder wifi?

Naschrift

Ik zocht even een plaatje van de premier die zijn telefoon raadpleegt en toen bleek dat hem over deze kwestie zelfs al vragen zijn gesteld en toevalligerwijs over een minister die tijdens de Algemene Beschouwingen naar een voetbalwedstrijd zat te kijken.

Trompet

Er zijn veel prachtige trompetsoli, vooral in de jazz. Denk aan  ‘It Never Entered My Mind’ van Miles Davis.

En Clifford Brown die in zijn solo in Helen Merrills uitvoering van ‘Don’t Explain’ plotseling een stukje ‘Round Midnight’ speelt.

Of deze van Lester Bowie (met Fred Williams op bas).

In de popmuziek zijn soli op de trompet minder zeldzaam dan je misschien zou denken, neem deze solo op de flügelhorn van Michael Morreale in ‘Not Here, Not Now’ van Joe Jackson.

En de solo van Chet Baker in ‘Shipbuilding’ van Elvis Costello (komt aan het eind terug).

David Sylvian vroeg altijd goede en experimentele trompettisten voor zijn albums, zoals Mark Isham en Jon Hassell. En Kenny Wheeler, een van de beste flügelhornspelers die ik ken. Dit is ‘I Surrender’ (het ritme van dit nummer is een sample van ‘He Knows You Know’ (een geweldig nummer!) van The Mahavishnu Orchestra dat ik een andere keer zal posten). Nu eerst Sylvian met wijlen Wheeler (voor de ongeduldigen, de solo begint na ruim zes minuten).

In de klassieke muziek zijn er natuurlijk talloze solistische trompetpartijen (denk aan het tweede Brandenburgse Concert, waarvoor Bach heel goed naar ‘Penny Lane’ heeft geluisterd) en zelfs complete concerten (Haydn, Hummel), maar niets ontroert mij toch zo als de natuurtrompet in de basaria van Handel uit de Messiah, die ook nog eens zijn titel mee heeft: ‘The Trumpet Will Sound’.

Hier bas David Thomas met trompettist Michael Laird (dat denk ik, hij is een van de pioniers op de oude trompet zonder ventielen). De aria begint ongeveer op 1:52:00 — ik zie trouwens geen reden waarom je niet deze hele Messiah zou kijken en luisteren. Het is een registratie uit 1982, opgenomen in Westminster Abbey, met dezelfde club als die twee jaar eerder de eerste en nog steeds de beste ‘authentieke’ Messiah opnam: de Academy of Ancient Music onder leiding van Christopher Hogwood, het Choir of Westminster Abbey (onder leiding van organist Simon Preston) en de solisten Emma Kirkby en Judith Nelson (sopraan), Carolyn Watkinson (alt), Paul Elliott (tenor) en dus David Thomas (bas).

Saeta

51EOzRo5TkL

Dit weekend vond ik op een rommelmarkt een in Frankrijk geperste plaat van ‘de la plus grande chanteuse de flamenco de tous les temps’. Geen idee dat dit La Niña de Los Peines (1890-1969) was. Haar bijnaam betekent ‘Het kleine meisje met de kammen’, misschien omdat ze al als achtjarige optrad met aha! twee grote kammen in haar haar. Ze zingt onder andere een ‘Saeta’, dat blijkt een stuk te zijn dat in de Goede Week vanaf een balkon wordt gezongen, terwijl een processie met trommels en trompetten voorbij trekt.

Schiff/Beethoven

András Schiff heeft al meer dan tien jaar geleden alle Beethoven-sonates gespeeld in Wigmore Hall en daarnaast een reeks toelichtingen gegeven over al die sonates, die te beluisteren zijn via de site van Wigmore Hall. Het zijn fenomenale podcasts zou je kunnen zeggen, heel leerzaam en nog geestig ook. Je kunt ze downloaden en in iTunes zetten en dan heb je uren gratis luisterplezier. Over de meeste sonates spreekt hij langer dan ze duren.

Coyote

DMM

Ook al ben ik een liefhebber van Bob Dylan, de mooiste scène in de ‘documentaire’ Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story By Martin Scorsese vind ik die waarin Joni Mitchell aan Roger McGuinn (The Byrds) en His Bobness zelve uitlegt hoe ze haar nieuwe nummer ‘Coyote’ moeten spelen en zij uiteindelijk twee coupletten zingt (het laatste iets afwijkend van de uiteindelijke versie die een jaar later op het album Hejira zou verschijnen). Alleen daarom al zou je die film moeten zien.

De ondertiteling van de film is niet slecht, zelfs de vertaling van de teksten van Dylannummers is best aardig (al moet je geen Bindervoet & Henkes verwachten), maar bij Mitchells ‘why did you have to get so drunk and lead me on that way’ gaat het – ook al is het een toepasselijke misser in het kader van een nummer over ‘on the road’ zijn – toch even verkeerd.

IMG_8685.jpg

Dit is de trailer van Netflix:

Joni Mitchell speelde ‘Coyote’ ook met The Band in een andere film van Scorcese, The Last Waltz:

De versie van het album, met de unieke Jaco Pastorius op bas:

Om de versie met Dylan en McGuinn te zien, zit er vrees ik niets anders op dan de hele film te bekijken. Dat is geen straf want dan krijg je naast halfgespeelde interviews met Dylan en andere betrokkenen (Sharon Stone!), ook grote delen van andere nummers te zien uit wat mij betreft de toptijd van Dylan, met in de band onder anderen violiste Scarlet Rivera, gitaristen Mick Ronson en T-Bone Burnett, onder leiding van de geweldige bassist Rob Stoner: ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’, ‘Isis’, ‘One More Cup of Coffee’, ‘Simple Twist of Fate’, ‘Oh Sister’, ‘Hurricane’ en een nummer dat ik nooit goed had beluisterd maar dat prachtig is, ‘The Lonesome Death of Hattie Carroll’. Verder geweldige optredens van onder meer Joan Baez en Allen Ginsberg, die met Dylan het graf van Jack Kerouac bezoekt en voorleest op iets dat eruitziet als een bingo- of scrabble-avondje voor dames van zekere leeftijd.

En bovendien een stukje Shocking Blue in het Stedelijk Museum!

Morse

Laatst zag ik een uitzending van Endeavour Morse (niet zo best, maar onderhoudend) en daarin figureerde het Miserere van Allegri (ook wel de Misère van Allegro genoemd), want in Engelse detectives geldt nu eenmaal de wet Moord + Kerk = Allegri.

We hoorden een ‘oude’ versie, ik vermoed die door het King’s College Choir onder leiding van Sir David Willcocks, met niemand minder dan de latere dirigent Roy Goodman als solo-sopraan. Hij schreef daar ooit over: ‘On the day that we made the present recording, I had only just finished playing a rugby match an hour or so before the session. I had no time for a proper shower and still had muddy knees under my long trousers.’

Dat is deze uitvoering, overigens met de tekst in het Engels vertaald, in één take opgenomen, live zonder publiek dus, in maart 1963, in de kapel van King’s College, Cambridge.

Wie bewegend beeld wil, kan naar deze opname van vorig jaar kijken, met Tenebrae onder leiding van Nigel Short:

Ik zie dat Tenebrae ook het ‘Crucifixus’ van Lotti (Antonio, niet Helmut) heeft uitgevoerd, wat mijn hart doet opspringen van blijdschap, aangezien het een heel mooi stuk is en Lotti werkzaam was aan het hof in Dresden, waar mijn roman Goldberg zich afspeelt.