And the coloured girls go…

Als ik ‘Jimmy’ van Boudewijn de Groot hoor, moet ik altijd denken aan het geluid van The Who ten tijde van Who By Numbers uit 1975, vooral aan het door Pete Townshend zelf gezongen ‘However Much I Booze’. Upbeat rockmuziek met akoestische gitaren, zoals The Who eerder ook al speelde op Who’s Next uit 1971 (luister bijvoorbeeld eens naar ‘Going Mobile’).

Enfin, ‘Jimmy’ dus.

‘Jimmy’ stond op het album Hoe sterk is de eenzame fietser uit 1973. En de geweldige tekst is niet zoals ik dacht van Lennart Nijgh maar van Ruud Engelander. Wat ik het leukste vind, is het koortje dat ‘toet toet doedoe toet’ zingt (luister vanaf 1:45 in het filmpje hierboven (geinige Duitse versie, it loses a bit in translation)), volgens Wikipedia aanvankelijk ingezongen door een ‘Surinaams dameskoortje’, maar uiteindelijk door De Groot zelf.

Zo’n woordloos koortje op een oe-klank doet denken aan soortgelijke (versterkt gezongen) partijen in diverse jaren-zeventigcomposities van Steve Reich, zoals Music for Mallet Instruments, Voices & Organ uit 1973, hieronder te zien in een uitvoering uit 1976, tijdens het Holland Festival 1976 (koortje vanaf 2:50 en rond 3:30 een ander koortje).

In de volgende uitvoering kun je tussen 2:15 en 2:45 zien hoe een countertenor door de microfoon steeds verder van zijn mond te houden zijn stem laat uitfaden (een studiotechniek die je normaal met een schuifknop forceert!).

Ik ken niet hele oeuvre en de geschiedenis van Steve Reich, maar ik kan me voorstellen dat hij iets dergelijks voor het eerst heeft gehoord in ‘Walk on the Wild Side’ van het album Transformer (1972) van Lou Reed, want daarin zit zo’n toedoe-koortje, inclusief het in- en outfaden dat Reich immiteert (‘and the coloured girls go…’).

Maar misschien ben ik de enige die het hoort.

Haas

Afbeeldingsresultaat voor all of bach

Vorige week schreef ik een stukje over een scène uit Shame waarin een prelude van Bach klinkt. Op de onovertroffen site van All of Bach (dit is een van de mooiste projecten die ik ken) speelt Frédérick Haas dezelfde prelude en de fuga op zijn prachtige Henri Hemsch uit 1751 (een jaar na de dood van de meester gebouwd, dat klavecimbel). Als je dit hoort en ziet, dan voel je dat iemand als Haas, zonder Glenn Gould tekort te willen doen, doordesemd is met taal van de barok en de rococo.

Nicolas Altstaedt

Komende donderdag 24 mei vertel ik in de Kleine Zaal van het Concertgebouw het een en ander over Bach, zijn tijd aan het hof in Köthen en de suites voor onbegeleide cello die hij daar componeerde. Daarna zal Nicolas Altstaedt de eerste en de vijfde suite spelen. Ik zou gaan, als ik er niet al was.