
Gisteren stond Nieuwsuur (filmpje) voor de deur en onze hond Osca schrok nogal van de cameraman, die er in haar ogen moet hebben uitgezien als een vreeswekkend beest op twee poten met een enorme kop, terwijl hij heel aardig was, net als Annephine van Uchelen, die in de voetstappen van Tonko Dop treedt (die in 2016 al eens stilletjes mijn huisje voorbij reed) en de vragen stelde.
Het tweetal bracht prachtig nieuws: Aan het einde van de oorlog staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2026, samen met deze vijf andere boeken, die ik inmiddels allemaal gelezen heb, dus ik weet hoe divers het lijstje is en hoe hevig de concurrentie: De jaknikker van Peter Buwalda, Als de dieren van Lieselot Mariën, Het gezoem van bijna alles van Coco Schrijber, Nog lang geen winter van Peter Terrin en Overgave op commando van Nadia de Vries. Ik vind het een mooie keuze die laat zien dat roze, rood en oranje goede kleuren voor een omslag zijn, maar vooral wat de Nederlandse literatuur heden ten dage vermag.

Het juryrapport is uiteraard lovend over alle titels, zie de website van de prijs. Dit mooie stuk schreef de jury over Aan het eind van de oorlog:
Aan het einde van de oorlog is een tour de force van Bert Natter, het getuigt van durf om zo’n intense roman te componeren rond de gebeurtenissen in een concentratiekamp. De roman speelt zich af op één dag, 20 april 1945, niet toevallig de 56ste verjaardag van Adolf Hitler, en volgt niet minder dan 31 personages.
De elfjarige zoon van de plaatsvervangend kampcommandant Karl Zehlendorf is verdwenen. Als lezer weet je algauw wat er is gebeurd: het is veeleer de vraag of de ouders achter de genadeloze waarheid zullen komen. En zelfs als daar een antwoord op is, verliest de roman niets aan spanning.
De panoramische blik in meervoudig perspectief verleent de roman een opvallend filmisch én hoog literair karakter. Natter beteugelt de veelheid aan perspectieven door elk personage te voorzien van een eigen karaktertekening. Minder dan op basis van hun naamgeving, onderscheid je de personages gevoelsmatig. Het getuigt van grote literaire kunde om dit stemmenkoor zo vanzelfsprekend te laten vloeien. Geslaagd zijn ook de beeldrijke miniaturen die Natter optekent. Hij zoomt in op het kleine alledaagse leven in en om het kamp terwijl daarbuiten de tragedie zich onherroepelijk ontrolt.
Aan het einde van de oorlog toont de verreikende gevolgen van langdurige indoctrinatie; deze veelal jonge mensen zijn immers opgegroeid met nazipropaganda. Tegelijkertijd slaagt Natter er voorzichtig in van de gruwelijke kampcommandant met zijn gefaalde droom pianist te worden naast een bruut pur sang, ook een lachwekkend sujet te maken. Maar wil je wel lachen?
Op weergaloze wijze laat Natter in deze rijkgeschakeerde roman zien dat de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog nog altijd niet allemaal verteld zijn. Dat de tijd misschien nu pas rijp is voor een nieuw soort belevend, verschuivend en daarin bijna documentair vertellen over gruweldaden die jammer genoeg niet tot het verleden behoren.
Juryrapport Libris Literatuur Prijs 2026, Amsterdam, 10 maart 2026
Een vriend zag de portretten van de genomineerden en schreef:
Gezien de foto’s hebben Buwalda en Natter de prijs het hardste nodig.

Een andere vriend merkte trouwens op, aangaande de auteursfoto die Keke Keukelaar van mij maakte, dat hij die foto altijd ‘Berts JFK-portret’ noemt, verwijzend naar het officiële, postume schilderij van John F. Kennedy, gemaakt door Aaron Schikler, dat in het Witte Huis hangt.


