Cees Nooteboom

Leesadviezen.nl | Rituelen

Cees Nooteboom (1933-2026 is niet meer. Ik heb herinneringen aan hem. Ooit interviewde ik hem over zijn ‘eilandgevoel’ en zijn favoriete eiland. Hij was bij die gelegenheid bijzonder vriendelijk tegen een blaag als ik. Hij deed zijn best om iets te bedenken dat voor mij leuk zou zijn om op te schrijven.

Ik schreef zo’n interview woordelijk uit, in dit geval voor het zeiltijdschrift Nautique. Dit is dus wat hij zei, in december 2002, niet wat ik er uiteindelijk van maakte

Jaja. Beetje moeilijk, vind ik, eerlijk gezegd. Waar is dit voor? Nou goed. Ik woon een deel van het jaar op een eiland. Op Menorca. Maar of dat nu werkelijk mijn favoriet is, vind ik moeilijk te zeggen. Wordt veel gezeild, mooie havens. Ik kom er net vandaan. Ik propageer dat eiland niet zo, dat is meer het probleem. Ik moet er even over denken. Ik ben verkouden. Ik weet niets anders. Ik vind het een beetje flauw om iets anders te zeggen omdat dit eiland me natuurlijk zeer dierbaar is. Ik heb al meegemaakt dat mensen daar ineens voor mijn deur stonden. Ik heb er bewust weinig over geschreven, altijd in het midden gehouden waar sommige dingen zich afspelen. Ik kom er al 35 jaar. Moeilijk hoor, uw vraag overvalt me een beetje. Ik ben erop talloze geweest, dat zijn er ongelooflijk veel. Als ik Australië zeg ben ik er ook niet vanaf, hè? Er schiet me gewoon niets te binnen. Ik ben op zoveel eilanden geweest, maar wat is nu mijn ideale eiland? Ik kan wel iets zeggen, maar dan vind ik dat je er ook iets over moet zeggen. Alleen iets roepen vind ik niet leuk. Mijn eigen eiland, dat is zo’n andere wereld en dan heb je weer. Daar heb ik in mijn laatste boek over geschreven. (Nootebooms Hotel) Daar noem ik het ook niet in al die hoofdstukken. Ik stel u teleur, het wil niet komen op dit ogenblik. Hoe heet dat blad overigens?

Zo eindigde het uiteindelijk gedrukte interview:

Het leukst zijn de nomaden, die zwerven de hele wereld over en dat zie je aan hun schepen. Dat zijn de laatste mensen die echt vrij zijn. Zelf ben ik ook een zwerver, maar zonder boot. Dit jaar was ik in India en later in Amerika, daar heb ik een tocht gemaakt van zevenduizend kilometer, maar op Menorca is de langste afstand tussen de steden Mahón en Ciudadela 44 kilometer. Wij zitten aan de kant van Mahón en mijn vrouw en ik hebben het er soms over om naar Ciudadela gaan, maar dat doen we niet, op grond van het feit dat we dat “te ver” vinden. Waarschijnlijk maak je een maat voor je zelf in een gegeven gebied. Op een eiland doe je dat om aan het idee van claustrofobie te ontsnappen. Door te zeggen dat iets “te ver” is, maak je het eiland kunstmatig groter en dat geeft een prettig gevoel. Een mens heeft zo zijn strategieën.

Ik bewonderde hem al vroeg, vooral vanwege Rituelen, een roman uit 1980 die voor mij een van de boeken was waardoor ik schrijver wilde worden (pas later wilde ik schrijven). Op de eerste bladzijde staat een van zijn beroemdste regels: 

Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.

Een zinnetje dat mij altijd doet denken aan een alinea uit Emil und die Detektive (1929) van Erich Kästner (1899—1974), in de vertaling van Elly Schippers:

Want met de gedachten en de herinneringen die bij ons opkomen is het net als met geslagen honden: als je je te vlug beweegt of iets tegen ze zegt, of als je ze wilt aaien — hup, weg zijn ze!

En nu ik een hond heel goed heb gekend, namelijk Lidewijs hulphond Hutsh (2016-2025 — ik schreef het boekje Zonderhond over hem, dat begin maart verschijnt), zou ik zeggen dat herinneringen eerder katten zijn die gaan liggen waar ze willen, want honden gaan toch vooral liggen waar de baas wil dat ze gaan liggen. Zonder dat het natuurlijk iets afdoet aan de kracht van Nootebooms zin.

Ik las Nootebooms romans, essays, reisverhalen, gedichten. Ook Een lied van schijn en wezen (1981) vond ik als jongeling al prachtig. Ik ken de limerick die aan het eind van deze novelle staat nog altijd uit mijn hoofd. Ik controleer even niet of ik het goed heb onthouden (uit een boek dat ik meer dan veertig jaar geleden las!)

There was a young lady named Bright
Who travelled much faster than light
She left home one day
In a relative way
And came home the previous night

Toen ik nog uitgever was, eind jaren negentig, stond ik op de Frankfurter Buchmesse eens te spreken (het lijkt nu een mop te worden) met een Française, een Duitser, een Spanjaard en een Noor. Het ging over wie de grootste Europese levende schrijver was. Nooteboom, daar waren ze het snel over eens. Ik gaf toe dat diezelfde Nooteboom in eigen land niet eens de top tien zou halen. Dat blijft iets vreemds.

De laatste keer dat ik Nooteboom zag, was een paar jaar geleden in Amsterdam. Ik keek in de etalage van Athenaeum Boekhandel. In de weerspiegeling van het raam stond een man te wachten bij de tramhalte op het Spui. Ik draaide me om en hij was het, maar ik durfde niet naar hem toe te gaan.