Volgens mij heb ik geen lastige naam. Ik bedoel dat de naam van mijn collega ‘Jacob Nicolaus Craigher de Jachelutta’ een wat lastiger naam is om goed te spellen dan ‘Bert Natter’. Toch gebeurt het vaak dat mijn naam verkeerd wordt gespeld. Ik krijg regelmatig mailtjes die aan ‘Bart’ zijn gericht en ook wel aan de heer ‘Natten’. Op een reünie sprak een oude vriend, met wie ik in 1986 veertien dagen in Praag was geweest, me tien jaar later aan met: ‘Ben!’ Een stuk van mijn hand in de Volkskrant bleek een paar jaar geleden geschreven te zijn door ‘Bert Notten’. Ook nu nog krijg ik in kranten allerlei namen, van ‘Bert Nanner’ tot ‘Ben Natter’. Ik geloof dat het vooral de eindredacties zijn die moeite hebben met mijn naam.


Ik erger me daar natuurlijk aan, maar ik moet ook altijd denken aan de komische aanbeveling die Phil Collins schreef voor het soloalbum Steppin Out (1988) van de gitarist die Genesis live versterkte en die onder andere gitaar speelt op ‘In the Air Tonight’: Daryl Stuermer.


Op school stond een keer boven aan een proefwerk (vanwege mijn handschrift): ‘Netter Natter’. Een week later schreef een andere leraar (dhr. Bos van economie) hetzelfde, dus toen zei ik dat hij niet erg origineel was.
Dhr. Bos zei: ‘Blijf nog maar even slordig schrijven, dat zet ik er volgende keer iets origineels boven.’ Dus ik deed erg mijn best om slordig te blijven schrijven — en dat is me gelukt tot op de dag van vandaag.
Toen dhr Bos het volgende proefwerk teruggaf, had hij dat van mij tot het laatst bewaard. Hij bleef aan mijn tafeltje staan wachten. Ik dacht dat ik een heel laag cijfer had en dat ik een preek zou krijgen, maar daar ging het hem dit keer niet om, hij wilde zien hoe ik reageerde als ik zag dat hij slechts twee puntjes nodig had gehad om origineel te zijn en van het door mij boven aan het blad geschreven ‘Bert Natter’ te maken: ‘Bert Nätter’!
