
Ik was net begonnen aan Onveranderlijk zichzelf, de biografie van Arthur van Schendel (1874-1946), geschreven door Rob Groenewegen, toen ik door de redacteur van een radioprogramma werd gevraagd om iets te vertellen over Een zwerver verliefd (1904).

Tegelijkertijd las ik de biografie Zwaag van Maria Vlaar over Joost Zwagerman (1963-2015). Er valt veel over die twee boeken te zeggen. Ik licht even één aspect uit beide schrijverslevens.
In 2008, dus rond zijn 45ste, zegt Joost (ik kende hem een beetje, vandaar dat ik hem geen Zwagerman noem) in een interview dat Vlaar citeert: ‘Er zitten nog een stuk of vijf romans in me. Dat weet ik zeker.’ Zijn laatste roman, Zes sterren, was verschenen in 2002. In 2010 schrijft hij het Boekenweekgeschenk, de novelle Duel. Dat is zijn laatste langere prozawerk, want Joost overlijdt in 2012.
Van Schendel debuteerde net als Joost op zijn 22ste, maar dan negentig jaar eerder. Op zijn dertigste verschijnt Een zwerver verliefd (1904), zijn grootste succes. Ook Joost schrijft succesvolle romans rond die leeftijd, Gimmick (1989), Vals licht (1991), De buitenvrouw (1994). Daarna gaat het schrijven van romans hem steeds moeilijker af, al volgen nog Chaos en rumoer (1997) en het al genoemde Zes sterren (2002).
Van Schendel weet het commerciële en artistieke succes van zijn Zwerver tientallen jaren niet te evenaren, maar hij blijft tegen de klippen op aan het werk, vrijwel voortdurend levend op de rand van de armoede, slechts gestut door subsidies, toelages en giften.
Deze twee auteurs worden overigens niet alleen door bijna een eeuw gescheiden, maar ook door hun mentaliteit, want Van Schendel haatte het om in de belangstelling te staan en sprak zelden in het openbaar. Hij gaf nooit van zijn leven een interview. Bij Joost leek het juist om publieke bijval, waardering en erkenning te draaien.
Van Schendel schrijft door en in de jaren dertig van de vorige eeuw, tegen de tijd dat hij ouder is dan Joost zou worden, schrijft hij na zijn 55ste nog een hele reeks boeken, waaronder de vijf (!) geweldige romans Het fregatschip Johanna Maria (1930), De waterman (1933), Een Hollandsch drama (1935), De grauwe vogels (1937) en De wereld een dansfeest (1938).
Ik vind het schrijnend dat in de jaren twintig van onze eeuw die vijf ‘late’ romans van Joost Zwagerman nooit zijn geschreven.
