Het Parool

Ook Het Parool is, bij monde van Maarten Moll, enthousiast over Aan het einde van de oorlog. Lees het (als abonnee) hier. Boek van de Maand!

Hieronder staat de hele recensie:


Boek van de maand:

Gruwelijk, gedurfd en nauwelijks weg te leggen: Bert Natters fabelachtige roman over de laatste dagen in een concentratiekamp


Bert Natter schreef met Aan het einde van de oorlog een fabelachtige roman over een verdwenen jongen in een concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, verteld vanuit het perspectief van 31 personages. Gedurfd, meeslepend, gruwelijk en nauwelijks weg te leggen.

Hoe zet je in een roman kort en duidelijk een concentratiekamp neer? Bert Natter gebruikt in Aan het einde van de oorlog een soort bouwpakket dat bestaat uit films en boeken.

Al op de eerste pagina staat: ‘Daar stond ze, in een roze ochtendjas die hem niet bekend voorkwam.’ Die scène doet denken aan de vrouw van de kampcommandant in de film The Zone of Interest. Op een dag draagt zij een ‘nieuwe’ bontjas, afkomstig van een naar Auschwitz gedeporteerde Joodse vrouw.

Een pagina verder: ‘Van de week vertelde Oberscharführer Ranken – gezeten op een paard! – dat deze Jood in de Wiener Philharmoniker zou hebben gespeeld.’ Een man op een paard in een concentratiekamp. Daarbij gaan je gedachten naar de film Schindler’s List, waar het echter niet de sadistische SS’er Amon Göth was die op een paard zat (zoals ik dacht toen ik ernaar zocht), maar Oskar Schindler.
Misschien heeft Bert Natter die ochtendjas en dat paard onbewust in de opening van zijn roman gestopt, maar ik denk het niet. De ochtendjas wordt gedragen door de vrouw van plaatsvervangend kampcommandant Karl Zehlendorf, in hun huis buiten het kamp, waar het ‘gewone’ leven wordt geleefd. De associatie met Schindler’s List roept de naargeestigheid op van het leven in een concentratiekamp.


De verjaardag van de Führer

Het is buiten het kamp – naamloos, maar gelegen ‘ergens ten noorden van Berlijn’ – waar de centrale gebeurtenis van de roman plaatsvindt: de verdwijning van Ernst, de jongste, 11-jarige zoon van het echtpaar Zehlendorf, die tijdens het vissen aan de aandacht van zijn oudere broer ontsnapt. Als dat duidelijk wordt, dringt zich een volgende referentie op, namelijk aan John Boynes roman De jongen in de gestreepte pyjama uit 2006 (ik zeg er verder niets over, ter wille van hen die het boek niet kennen). Het stoort niet, omdat Natter zo’n goede roman schreef.


Aan het einde van de oorlog speelt zich op twee dagen af, 20 en 21 april 1945. Ook niet helemaal toevallig gekozen, want 20 april is de verjaardag van Führer Adolf Hitler. En op 21 april zijn soldaten van Stalins Tweede Wit-Russische Leger in aantocht, om Berlijn in te nemen (al op de eerste pagina is ‘aanhoudend gerommel in de verte’ hoorbaar).
31 personages

Wat gedurfd is, en goed bedacht, is dat de roman één lange, doorlopende vertelling is zonder hoofdstukken. Natter voert 31 personages op die vanuit hun perspectief vertellen wat er op dat moment gebeurt. De scènes variëren in lengte, wat de vaart er goed inhoudt; de verschillende perspectieven zorgen voor spanning en slepen je vanaf de eerste bladzijde mee in het verhaal. Je wilt iedereen volgen, wilt weten hoe het met ze afloopt.

We volgen bijvoorbeeld SS-Obersturmführer Zehlendorf, die droomt van een naoorlogse carrière als concertpianist, in zijn zoektocht naar zijn zoon. We volgen drie leden van het Sonderkommando die de lijken uit de gaskamer moeten verbranden, en we volgen Reinhart, de oudere broer van Ernst, die liegt over de verdwijning van zijn broer. Maar we volgen ook Ernst zelf.

Verder volgen we, onder vele anderen: gevangengenomen Poolse verzetsstrijder Iwona Dudek en arts Lance Weitze, die medische experimenten uitvoert op gevangenen (ja, hij doet aan Mengele denken). Gewone soldaten. Zmitser Sorokin, een verkenner van het Wit-Russische leger. Het dappere lid van het kamporkest Menachem Farkas met zijn tuba. Rita Gurp, de secretaresse van Karl Zehlendorf, Annemarie Ohler, de dienstbode in huize Zehlendorf, en Johanna Löw, de assistente van Weitz, jonge vrouwen die het beeld van de (mannen)oorlog mooi aanvullen. En we volgen Christine Zehlendorf, Karls wat wereldvreemde vrouw die verlangt naar een leven elders, plus een paar Nederlandse bijpersonages.

Ontsnapte aapjes

Je leert ze kennen, vat sympathie voor ze op, ook voor de slechteriken, en je neemt soms verdrietig afscheid van ze. Wat de roman zo goed maakt, is dat jíj́ als lezer de alwetende instantie bent. Jij hebt het overzicht, de informatie die de personages niet hebben. ‘Niet doen!’, wil je soms een personage toeschreeuwen. Hoe akelig het verhaal ook is, dit is vertelplezier.

Nee, het is niet bepaald een vrolijke roman, die weer eens laat zien hoe dun de lijn is tussen goed en kwaad, en hoe een systeem mensen ertoe kan aanzetten om gruwelijke dingen te doen. Natter verlicht zijn vertelling wel met komische, niet-geforceerde momenten, en door uit een volière drie aapjes te laten ontsnappen, die gedurende het verhaal een aantal keren opduiken. Wat weer doet denken aan de geestige scènes met de agenten Clemens en Weber in De Welwillenden van Jonathan Littell.

Aan het einde van de oorlog is een geweldige roman met een zwart plot, al zijn het begin en einde hoopvol. Een roman die je nauwelijks weg kunt leggen.


Maarten Moll 15 februari 2025, 03:00