Telefoon

Af en toe kijk ik een stukje van een debat in de Tweede Kamer en dan valt het altijd weer op hoeveel mensen ‘op hun telefoon zitten’, in de niet-letterlijke betekenis (want anders zou het mij ook niet altijd weer opvallen). Kamerleden, woordvoerders, fractieleiders en zelfs bewindslieden lijken soms meer geïnteresseerd in wat er op hun schermpje staat dan in de vergadering van de volksvertegenwoordiging waar ze deel van uit maken.

Natuurlijk zullen ze af en toe ruggespraak hebben met fractiemedewerkers of ambtenaren maar ik vind het in de eerste plaats een verkeerd signaal:  het boeit niet wat er hier gezegd wordt. Ik sta zelf soms voor een zaal te spreken en dan merk ik dat het mij even van mijn stuk brengt als ik iemand bezig zie op een telefoon.

Bovendien denk ik — hoewel ik me best kan voorstellen dat er via mail, sms en whatsapp of signal voor het debat interessante dingen en relevante stukken worden uitgewisseld — dat het de kwaliteit van het debat hoe dan ook niet ten goede zal komen. De bedoeling van een vergadering lijkt me ook dat er door de aanwezigen over een kwestie wordt beraadslaagd en dus niet door mensen die er niet zijn (‘zonder last of ruggespraak’, nietwaar?) en dat die beraadslagingen binnen de openheid en geslotenheid van die vergadering plaatsvinden. Niet voor niets worden vergaderingen soms geschorst om aanwezigen de gelegenheid te bieden buiten de vergadering onderling te overleggen en een fractiestandpunt te bepalen.

Natuurlijk moet het parlement niet blijven hangen in ouderwetse gebruiken en moet ook de volksvertegenwoordiging mee met de tijd, maar ik vind dat we moet waken voor het uithollen van een instituut als de Kamer. Het heeft een functie dat iedereen daar in een ruimte lijfelijk aanwezig is en van gedachten wisselt en  dat bewindslieden daar lappen tekst voorlezen die ze net zo makkelijk als een pdf-je in de groepsapp zouden kunnen zetten.

Denk je eens in dat bij een andere zaak van nationaal belang, laten we zeggen het Nederlands elftal (m/v), spelers voortaan een telefoon in hun tenue mogen meenemen.

Er wordt iemand onderuit geschoffeld, de scheidsrechter gaat de VAR raadplegen en alle spelers grijpen hun telefoon. Er is gescoord, de maker van het doelpunt trekt niet zijn/haar shirt uit, maar grijpt gereglementeerd naar haar/zijn telefoon om een selfie te maken voor de tribune vol Oranjefans. Er komt een vrije trap aan en in afwachting van het fluitsignaal kijkt iedereen of zij/hij nog berichtjes heeft van de coach, medespelers of familie. De keeper die weinig te doen heeft, staat terwijl de aanval op de andere helft aan de gang is tegen de doelpaal geleund en een reeks emoji’s te sturen naar de kinderen thuis. De eenzame spits in de punt van de aanval checkt de mail even omdat hij een belangrijk bericht van zijn/haar manager verwacht en die lange bal in haar/zijn richting zo te zien nog lang niet komt. De trainer en de technische staf zitten de hele wedstrijd op hun schermpjes te kijken, andere wedstrijden te volgen, hun correspondentie bij te werken, spelletjes te spelen, te Netflixen en instructies naar de spelers te appen.

Is er iemand die denkt dat — ook al kan de trainer heel nauwkeurige instructies naar de spelers sturen  — dat een team dat even voor een vrije trap massaal op zijn/haar telefoon kijkt beter zal spelen dan hetzelfde team zonder wifi?

Naschrift

Ik zocht even een plaatje van de premier die zijn telefoon raadpleegt en toen bleek dat hem over deze kwestie zelfs al vragen zijn gesteld en toevalligerwijs over een minister die tijdens de Algemene Beschouwingen naar een voetbalwedstrijd zat te kijken.