Gele hesjes voor literatuur

Ik zag bij het Journaal de demonstratie van Gele Hesjes bij de NOS in Hilversum. Van station Hilversum liepen ze naar het Mediapark. Een praktisch ingestelde huisgenoot merkte bij het zien van de beelden op: ‘Waarom zijn ze niet gewoon op station Mediapark uitgestapt?’

Een van de kwesties die een eloquent Geel Hesje ten overstaan van NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff aan de orde stelde was: ‘Kijk, jullie laten de stenen gooiende mensen in Parijs zien, maar het feit dat er driehonderd duizend mensen vreedzaam protesteren, daar hoor je helemaal niks over. Wij hier in Nederland zijn al sinds december bezig, en één keer heeft u ons op het Journaal laten zien en dat was omdat er iemand was gearresteerd in Den Haag. Elke zaterdag staan er mensen uit heel Nederland op het Plein, daar horen wij helemaal niks over. Maar wij staan hier ook voor jullie. Voor iedereen. We zijn niet zwart. We zijn niet wit. We zijn niet geel, nou ja, we zijn wel geel, maar niet groen of wat dan ook. Als er een steen gegooid wordt, zijn jullie er als de kippen bij. Als ik daar sta te blauwbekken met een folder dat ik een bindend referendum wil, dat ik een eerlijke verdeling van de welvaart wil, dat er ziekenhuizen omvallen, terwijl de banken gered worden, dan zijn jullie er niet, dan hoor ik helemaal niks. Nou, daar word ik pissig over. En nou moet je niet tegen mij gaan zeggen: wij laten alles zien, wij zijn objectief, want dat zijn jullie niet. En ik wind me op, hè, sorry, dit broeit al een tijdje namelijk. Wij zijn hier ook, omdat wij dachten: als jullie niet naar ons komen, dan komen wij wel naar jullie toe. En daar zijn we dan.’

Altijd mooi om te zien dat mensen, ondanks hun woede, met de ander in gesprek gaan. Ik snap goed dat de Gele Hesjes aandacht willen en tot op zekere hoogte begrijp ik hun woede (al kost het mij moeite om, zeker na het Franse incident rond Alain Finkielkraut enige sympathie hebben voor een kleine minderheid die zichzelf ‘het volk’ noemt en namens ‘iedereen’ denkt te spreken, maar het ene Gele Hesje is het andere Gele Hesje niet), maar aan de andere kant: honderd mensen die demonstreren in Den Haag is geen nieuws. Wel als er iets misgaat. Of als ze het honderd dagen achter elkaar doen. Dat heeft verder weinig te maken met waarvoor ze demonstreren. Ik roep het al jaren over de vele sport in het Journaal: sport is geen nieuws, alleen als er doden bij vallen. Daar denken ze bij de NOS anders over.

Heel goed dat de hoofdredacteur Marcel Gelauff naar buiten kwam en in gesprek ging, dat zou Rutte in Den Haag ook eens moeten doen. Deze groep wil vooral zichtbaar zijn, erkend worden, heb ik de indruk. De Gele Hesjes zijn bijna overal tegen en nergens voor, vinden hun heil blijkbaar niet bij een bestaande politieke partij en zijn er bij gebaat als ze hun vooroordelen niet bevestigd zien. Zij ervaren geen glazen plafond, maar wel een glazen muur die hen scheidt van het welvarender deel van de samenleving – door middel van hun actie proberen ze door die muur heen te breken: wij tellen wel mee, het moet in dit land ook om ons gaan.

In andere filmpjes (waarin de sprekers, anders dan de woordvoerder bij de NOS die met Gelauff in gesprek ging, niet serieus te nemen zijn) beweren demonstranten in Den Haag en in Hilversum dat de ‘linkse’ NOS de PVV en FvD zou negeren. Dat is pertinent niet waar. Die partijen krijgen juist heel veel aandacht. Sommige debatten over cultuur of debatten waarin de positie van een minister aan het wankelen werd gebracht, heb ik in zijn geheel bekeken en dan viel het me juist altijd op dat in het Journaal om acht uur en bij Nieuwsuur er een samenvatting kwam waarin bijna altijd een stekelig, meestal niet-inhoudelijk, moment werd gekozen, waarin Rutte bijvoorbeeld met Wilders (die als hij niet persoonlijk wordt en zijn mond houdt over migratie en de islam een goed en vaak ook grappig debater kan zijn) botste. Een paar seconden die absoluut niet representatief waren voor het urenlange debat als geheel. Als iemand drie keer een woord verhaspelt in een verder vloeiend betoog, weet je zeker dat het Journaal het gehakkel laat zien. Als ik commentaar op de NOS heb, dan toch vooral dat het Journaal soms zo oppervlakkig is en de redactie liever het komische gedoe rond een politicus (Baudet) die de mores niet kent laat zien dan een degelijke samenvatting te geven van het debat.

Maar goed, de Gele Hesjes hebben mij wel geïnspireerd. Ik ben van plan om met een stuk of wat schrijvers naar de NOS te gaan en daar verhaal te halen over de literatuurverslaggeving: ‘Kijk, jullie laten de Nobelprijswinnaar zien, maar het feit dat er per jaar duizenden nieuwe romans in de wereld verschijnen, daar hoor je helemaal niks over. Wij hier in Nederland zijn al sinds de Middeleeuwen bezig met literatuur, en alleen als er iemand dood gaat, komt hij of zij op het Journaal en dan is het dus te laat. Elke week geven schrijvers lezingen, zitten ze te signeren in boekhandels, staan ze op presentaties te borrelen, lezen ze voor op scholen, hangen ze in kroegen, strijken ze subsidie op, overal in Nederland zitten schrijvers aan romans en gedichten te werken en daar horen wij helemaal niks over. Maar wij schrijven ook voor jullie. Voor iedereen. Wij schrijven voor het hele volk. Als er een boek wordt verboden of een fatwa wordt uitgesproken, zijn jullie er als de kippen bij. Als ik op zolder zit te blauwbekken achter een wit vel papier, of een leeg computerscherm en maar niet weet hoe ik verder moet, of geen idee heb wat het thema van mijn boek zal zijn, of worstel met een metafoor die als een leeglopende ballon uit mijn cursor floddert, als ik kortom een beetje steun en aandacht kan gebruiken, dan zijn jullie er niet, dan hoor ik helemaal niks. Nou, daar word ik pissig over. En nou moet je niet tegen mij gaan zeggen: wij laten alles zien, wij zijn objectief, want dat zijn jullie niet. En ik wind me op, hè, sorry, dit broeit al een tijdje namelijk, al zeker sinds de Rederijkers. Want we verdienen er ook nog eens geen reet mee. Wij zijn hier ook, omdat wij dachten: als jullie niet naar ons komen, dan komen wij wel naar jullie toe. En daar zijn we dan. Als u wilt kan ik straks nog wel een paar boeken signeren, hoor.’