Van Deyssel

Wat ik eerder vandaag over Van Deyssel schreef behoeft enige correctie een aanvulling, begrijp ik nu ik de biografie van Prick heb geraadpleegd.

Ook vond ik een kort stukje dat ik een jaar of vijftien geleden voor een boekenweekbijlage van het Utrechts Nieuwsblad schreef:

Tussen 1893 en 1918 woonde de schrijver Lodewijk van Deyssel (pseudoniem voor K.J.L. Alberdingk Thijm, 1864-1952) in Baarn. Van Deyssel was een van de Tachtigers en hij is bekend om zijn scheldkritieken, zijn roman Een liefde en de minutieuze wijze waarop hij zijn eigen leven vastlegde. Toen Frederik van Eeden in de zomer van 1893 hoorde dat Van Deyssel van plan was zich in het Gooi te vestigen, ging hij vanuit Bussum op een van Herman Gorter geleende ‘viets’ op zoek naar ‘huisjes voor Thijm’. Hij vond een kleine witte villa aan een onverharde weg in het bos, het Eemnesserhoog – tegenwoordig Jacob van Lenneplaan 55 [inmiddels Dillenburglaan 36]. Vanuit deze woning maakte Van Deyssel ontelbare wandelingen naar Van Eeden in Bussum, Gorter in Hilversum, maar ook naar Amersfoort of zelfs naar Amsterdam! Voor een rustpauze nam hij graag de tijd: ‘Liggend op de heide op den rug, is het goed kijken naar de lucht als de zon niet schijnt.’ Van Deyssel kreeg tijdens zijn koperen huwelijksfeest in 1899 door ‘vrienden en bewonderaars’ een lijfrente en een som gelds aangeboden. Dankzij de rente was Van Deyssel van zijn financiële problemen af en met het geld werd in 1901 een huis gebouwd tegenover Viletta. Het huis heette De Bremstruik en architect was De Bazel. Van Deyssel woonde op Waldeck Pyrmontlaan 26 tot 1918, toen hij naar Haarlem vertrok.

Bij Harry G.M. Prick vond ik een citaat uit Gedenkschriften van Van Deyssel waarin staat dat de wandelroute naar Hilversum over landgoederen voerde. En dus niet helemaal naar Amsterdam, zoals ik me meende te herinneren:

Men wandelde van Baarn naar Hilversum alleen over Buitens. Op twee a driehonderd meter van mijn huis begon het landgoed Buitenzorg [tegenwoordig een bedrijvenpand, het landgoed is deels in handen van Scouting Nederland – BN], bewoond door De Jong Schouwenburg, vervolgens door Schimmelpenninck (den Grafelijken, niet den Baronnen-tak) en daarna door de familie De Brauw, met wie ik omstreeks 1903 [lees 1910 – HGMP] in ’t bizonder bevriend zoû worden. Men wandelde dus naar Hilversum eerst over Buitenzorg, grenzend aan Groenevelt, het kasteel van Taets van Amerongen, door welks prachtige lanen men de wandeling voortzette tot aan Heidepark van Van den Wall Bake [dan ben je al kilometers verder! BN], en zoo door Heidepark tot de eerste huizen van Hilversum.’

Volgens Prick wandelde Van Deyssel liever niet alleen:

Toen hij rond 1905 op geen andere wandelgezel meer kon terugvallen dan op zijn jongste, destijds tienjarige zoon, moest hij (wanneer de jongen eens niet beschikbaar was) genoegen nemen met het gezelschap van een hond. Omdat hij dan niet langer rekening hoefde te houden met de snel vermoeide korte beentjes van zijn zoontjes, bracht hij het, samen met die hem innig toegenegen hond, tot indrukwekkende prestaties, bijvoorbeeld, helemaal te voet van Baarn naar Amersfoort of Amsterdam! De eerste huizen van die laatste stad bereikte hij aan het verlengde van de Linnaeusstraat. Van daaruit voerde de tram Rex en zijn baas naar de binnenstad.

Als aanvulling op mijn ingezonden brief aan de Baarnsche Courant nog foto’s van Van Deyssels werkkamers in Villetta (boven) en De Bremstruik (onder) uit de biografie van Prick.

IMG_4222

IMG_4223