Scheppingsproces

In de Volkskrant van vandaag staat nog een interessante ingezonden brief. De schrijver van deze brief, die een reactie is op een eerder stuk van uitgever Mizzi van der Pluijm,  stelt:

Want zij gelooft niet in betrokkenheid van de lezer bij het redactionele proces. En dat is jammer. Filmstudio’s, toneelspelers en tv-makers maken al jaren zonder gêne gebruik van terugkoppeling door hun publiek. Filmeindes zijn veranderd door de reacties van het publiek te analyseren. Try-outs staan op het programma van elke zichzelf respecterende komediant. Zwaaien naar de camera geldt na analyse van kijkgedrag als een doodzonde. Heeft deze kennis minder goede en integere producten opgeleverd? Zijn de betreffende regisseurs, cabaretiers en presentatoren minder talentvol omdat ze naar hun publiek luisteren? Waarom zouden schrijvers en uitgevers dan niet iets dergelijks mogen doen? Waarom zouden zij zich niet al voordat het boek is gedrukt en gedistribueerd van lezersinformatie mogen verzekeren?

Het antwoord is vrij eenvoudig, want het gaat om het verschil tussen kunst en amusement. Ik heb hier vaak discussies over met mijn vrienden, omdat ik nooit kapot ben van de Netflix-series waar zij enthousiast over zijn. Ik vind die series als tv-serie best goed, maar als kunstwerk vaak oninteressant. Dat heeft te maken met het feit dat kunst gaat over de angsten en obsessies van de maker en amusement over de angsten en obsessies van het publiek. Wat mist in series en in veel films is de auteur.

Overigens denkt de schrijver van de ingezonden brief, Jan Kloeze, dat het betrekken van het publiek in het scheppingsproces ook artistieke mogelijkheden biedt. Als experiment zou het ook best aardig kunnen zijn, maar Kloeze ziet het groter, want hij heeft zelf een interactieve roman geschreven en zijn ingezonden brief lijkt dan ook een beetje bedoeld als reclame voor Het boek Job, zoals de roman heet.

Afbeeldingsresultaat voor rayuela

Die roman is opgedeeld in stukjes en bezoekers van de website kunnen zelf bepalen in welke volgorde ze die stukjes lezen (zulke dingen zijn natuurlijk wel eerder gebeurd, denk aan Rayuela van Julio Cortázar, waar je op twee manieren doorheen kunt gaan: gewoon van begin tot eind, of via een hinkelspel). Kloeze denkt met de big data die hij verzamelt aan de hand van de bezoekers van zijn site zijn boek uiteindelijk de ideale vorm te kunnen geven.

Alsof wat de meerderheid vindt automatisch tot ‘het beste’ leidt.

Ik heb een dochter met een beperking. Mensen die haar niet kennen hebben heel andere ideeën over hoe zij moet worden benaderd dan mensen die haar goed kennen, zoals naaste familie, verzorgers en begeleiders. Een algemeen publiek zou in het geval van de opvoeding van mijn dochter veel suggesties doen die door de deskundigen die haar kennen worden verworpen.

Jan Kloeze denkt dat hij zelf niet in staat is om de beste vorm voor zijn roman te bepalen en wil dat overlaten aan mensen die hij niet kent en die toevallig zijn boek hebben gelezen:

Door het lezersgedrag te analyseren kom ik onder meer te weten in welke volgorde lezers het langst blijven lezen en welke fragmenten het populairst zijn. Zo zou ik, mocht ik dat willen, het ideale Boek Job kunnen samenstellen en drukken. Van der Pluijms blinde vlek heeft beslist iets charmants. Maar als moderne uitgever misgunt zij zichzelf, haar auteurs en haar publiek een nieuwe vorm van interactie, mogelijk zelfs een aanvullende literaire scheppingsvorm.

Natuurlijk gebruiken veel schrijvers hun uitgever, redacteur en meelezers als klankbord, maar uiteindelijk staat er maar één naam op het omslag. Ook zijn er in de loop van de geschiedenis genoeg kunstwerken geproduceerd door duo’s, makers met assistenten en hele teams, maar je merkt snel genoeg of er één enkel iemand is geweest die de knopen heeft doorgehakt, alleen maar omdat hij of zij het wilde, of dat er vergaderingen zijn geweest waarin die knopen werden doorgehakt, bijvoorbeeld omdat een proefpubliek een oordeel mocht vellen. Een roman is in zijn algemeenheid geen team-effort en als het publiek in het verleden over bepaalde romans had mogen oordelen voor ze werden gepubliceerd, reken dan maar dat een boek als De welwillenden van Jonathan Littell niet eens zou zijn uitgegeven.

Afbeeldingsresultaat voor les bienveillantes

Een proefpanel is een erg handig hulpmiddel als je een commercieel geslaagd product wilt maken, van een modern auto-ontwerp of een blockbuster in de bioscoop tot een nieuwe chipssmaak of een vlavariant. Maar artistiek succes heeft niets te maken met commercieel succes. Iedere schrijver wil gelezen worden, maar uiteindelijk gaat het om het boek en dat moet wel het boek van de schrijver blijven en niet het boek dat een panel ‘het leukst’ vond. Wat moet je met statistische informatie van lezers? Ik denk dat één goed toegeruste redacteur veel zinniger commentaar kan geven dan een analyse van het leesgedrag van honderd proeflezers.

‘De lezers hadden verwacht dat de oma aan het eind zou sterven…’
‘Maar ze leeft echt nog, dat laatste hoofdstuk is helemaal autobiografisch.’
‘Als je een succes van dit boek wilt maken, moet ze sterven, geloof me. Mensen willen een gesloten eind. Jammer voor je oma.’

Het is niet altijd mogelijk om gemaakte keuzes rationeel te verdedigen. Schilder Francis Bacon merkte op: ‘If you can talk about it, why paint it?’ Een kunstwerk kan zelfs voor de maker een mysterie zijn.

Je zou kunnen zeggen dat werken die tot stand komen in teams en met een proefpubliek de neiging hebben ‘te goed’ te worden: de scherpe kantjes gaan er vanaf, alles wordt gestroomlijnd, publieksmanipulatie staat voorop. Netflix analyseert het kijkgedrag en als er genoeg mensen zijn die stoppen met kijken tijdens een scène waarin een olifant zit te poepen, dan poept er in de volgende serie geen olifant meer, maar piest er bijvoorbeeld een nijlpaard. Series van Netflix zijn erop gericht mensen vast te houden, verslaafd te maken en te zorgen dat ze niet afhaken, dat ze op het platform blijven en daar zoveel mogelijk tijd doorbrengen. Geen schrijver zal er bezwaar tegen hebben dat een lezer zijn boek even terzijde legt en er later in verder gaat. Voor Netflix zijn proefpanels en het analyseren van het gedrag van kijkers heilig, want nieuwe series worden gebaseerd op eerdere ervaringen, zodat het succes van een komende serie kan worden voorspeld. Een Netflix-serie is feitelijk de uitkomst van een rekensom van allerlei algoritmes.

Een kunstwerk kan best lastig te consumeren zijn, het hoeft niet, maar het kan. Soms ben je al een halve film aan het kijken voor hij begint te boeien. Bepaalde muziekstukken openbaren hun ware schoonheid pas als de laatste noot is uitgestorven, er zijn genoeg romans die je pas begrijpt als je ze twee keer hebt gelezen en er bestaan gedichten die hun geheimen nooit prijsgeven. Dergelijke kunstwerken zijn als product in een commerciële markt op voorhand kansloos en zouden door een panel naar de prullenbak worden verwezen, maar eenmaal openbaar gemaakt weten ze soms de sprong naar een groter publiek te maken.

Ik denk dat De tolk van Java van Alfred Birney daarvan een goed voorbeeld is. Een prachtig boek, bijzonder eigenzinnig, een panel had er gehakt van gemaakt (‘te lang, te gruwelijk, ongepolijst’), maar nadat het boek bekroond was met de Libris Literatuur Prijs  lazen velen dit weerbarstige, persoonlijke epos toch en zij waren een ervaring rijker.

Wat de boekenwereld nodig heeft (naast bestsellers) is geen publiekspanelterreur, maar echte auteurs, toegewijde redacteuren, eigenzinnige uitgevers en lezers die bereid zich over te geven aan het boek dat ze in handen hebben.