Boos

In de Britse muziekwereld woedde een verdrietigmakend relletje over Coraline, de laatste opera van Mark-Anthony Turnage. Laatste mag je in dit geval letterlijk nemen.

Turnage is in Nederland vooral bekend door zijn succesvolle opera Anna Nicole, over Playboy-model Anna Nicole Smith, een glansrol voor Eva-Maria Westbroek.

Het nieuwe werk, gebaseerd op een griezelige young-adult-roman van Neil Gaiman, werd vrij lauw ontvangen. Coraline wordt gebracht door The Royal Opera House in het Barbican Theatre en geregisseerd door Aletta Collins. Ik zeg niet dat zo’n productie bij voorbaat geslaagd is, maar troep zal het niet zijn.

The Guardian gaf dan ook vier sterren, maar de recensent bleef kritisch: ‘… not everyone, I suspect, will like it.’ Ach, echt niet? Je zou toch denken dat een beetje opera door de gehele wereldbevolking wordt omarmd.

The Observer vond het geheel te lang en dacht dat het van inkorten een stuk beter zou worden, alsof het (ik zal niet vloeken) zo eenvoudig is. Ik vind dit in de kritiek op een voltooid kunstwerk een van de meest waardeloze dingen die je kunt zeggen, want zo’n opmerking impliceert namelijk dat de criticus denkt dat schrappen eenvoudig is, zo eenvoudig zelfs dat een criticus het zelf nog zou kunnen, en dat het werk vervolgens op meer waardering van de criticus zou kunnen waarderen. Ja, vast. Alsof het een kleine moeite was geweest, een kwestie van een telefoontje naar de criticus van dienst en een langdradige prul was in een beknopt meesterwerk veranderd.

Probeer als recensent het kunstwerk nu eens als een gegeven (het is jouw raison d’être tenslotte) te beschouwen, niet als iets waaraan nog van alles valt te sleutelen om het in jouw ogen beter te maken. Het is zoals het is.

Maar goed, de recensent van The Telegraph vond dat de partituur (je vraagt je meteen af: heeft hij die gezien, dan?) ‘grijs, traag’ was en dat het stuk ‘charme en spookachtigheid’ ontbeerde.

Een criticus van The Sunday Times, die helemaal geen recensie over de opera had geschreven, twitterde doodleuk het eens te zijn met The Telegraph: ‘spot on‘.

Dat vind ik helemaal te gek voor woorden, zonder onderbouwing lekker iemand te gaan zitten nabauwen op Twitter. Ongehoord dat beroepscritici elkaar in de openbare ruimte van een sociaal medium op de miezerige schoudertjes gaan staan beuken, terwijl ze in feite natuurlijk met z’n allen nog niet in de schaduw kunnen staan van om het even de machtige schouders van welke componist die ze zo nodig moeten afzeiken.

Het bericht van deze Hugh Canning is inmiddels verwijderd (ook al zoiets, laat gewoon staan, lafbek), maar Turnage deed iets waartoe je je als kunstenaar beter niet tot kunt verlagen: hij tweette terug en zei: ‘Hij heeft gelijk, ze weten allemaal veel meer van componeren, ik kom net kijken. Ze hebben me door.’

En later zette Turnage nog een bericht online: ‘Don’t worry Hugh. There will be no further operas by me that you will ever have to sit through again. I’m done with the genre. Going to leave it [to] my more talented contemporaries and younger colleagues.’

Dat klinkt vrij serieus, dat klinkt als iemand die jaren aan een project heeft gewerkt en dat in één twitterdraadje heeft zien worden afgebrand met het meest gemakzuchtige commentaar dat je maar kunt geven (‘grijs, traag’ en godbetert ‘spot on’) en denkt: zoek het allemaal maar uit.

Het gaat hier over het verschil tussen enerzijds iemand die iets maakt waar hij alles in heeft gestopt wat hij in zich heeft, iets dat, los van het resultaat en de kwaliteit, heel erg belangrijk is voor hem en anderzijds iemand die daar een keer naar luistert en meent daarover iets te moeten vinden en voor wie het voor de rest helemaal niet belangrijk is.

Ik denk dat je tegen een stootje moet kunnen als kunstenaar en dat je jezelf niet al te serieus moet nemen, maar dat je mag verwachten dat anderen jouw werk wel serieus nemen, zeker mensen die ervoor worden betaald om er over te schrijven (die er in feite van leven nota bene) en dat je dus mag verwachten dat zij niet te lichtvaardig zullen oordelen. Een oordeel is wat anders dan een mening. Ik heb ook overal een mening over, maar ik kan over weinig  zaken een oordeel vellen.

Maar het is duidelijk: Turnage voelde zich beledigd. En terecht.

En wat deed Hugh Canning? Hij twitterde vervolgens: ‘I’m sorry to hear that. I’ve been a big fan of your earlier pieces.’

Over deze reflex (‘schreef die en die nog maar eens een roman als De dinges van de danges’) heeft Cyril Connolly gezegd dat critici daarmee meestal bedoelen ‘was ik nog maar zo jong als toen die en die de roman De dinges van de danges schreef’.

Maar dit terzijde, de tweet van Canning ging verder (hier spreekt dus een criticus (naar aanleiding van zijn eigen verkeerd gevallen meehuilenmetdewolveninhetbos-tweetje) tegen een van de bekendste en succesvolste componisten van zijn tijd): ‘Can I suggest a few cuts in Act 1 & a sprinkling of fairy-dust on the orchestration?’ Gevolgd door een of andere lollige emoji.

Zoveel hovaardigheid is toch niet te harden? Er gaapt echt een onoverbrugbare afgrond tussen een opera componeren en een stukje over die opera tikken. Laat staan een paar woorden twitteren. Een welluidende wind van Turnage is nog altijd meer waard dan de welgeteld 153.186 tweets van Hugh Canning.

Allerlei mensen vielen gelukkig over deze tweet, en Canning verklaarde dat hij het grappig had bedoeld. En ik geloof dat hij de gewraakte uiterst grappige opmerkingen alweer heeft verwijderd.

Turnage gaf als enig commentaar dat hij zijn beslissing te stoppen met opera al eerder had gemaakt.

Maar dat neemt niet weg dat IK MIJ HIER HEEL ERG BOOS OVER MAAK!

hugh